Blogs

Richtlijnen jeugdzorg: klaar voor de transitie

2290

Als de huisarts steeds naar zijn beeldscherm tuurt tijdens het consult, is de kans groot dat hij een van de 150 richtlijnen voor zijn beroepsgroep raadpleegt. In de medische wereld zijn richtlijnen ingeburgerd, maar voor de jeugdzorg zijn ze nieuw. In een behoorlijk tempo worden op dit ogenblik veertien goed onderbouwde richtlijnen voor de jeugdzorg ontwikkeld en ingevoerd.

Medisch specialisten kennen zo’n 450 richtlijnen voor de behandeling van allerlei aandoeningen. Voor de jeugdgezondheidszorg zijn inmiddels zo’n 25 richtlijnen ontwikkeld. En ook de ggz kent er een paar handen vol.

Al zijn richtlijnen nieuw voor de jeugdzorg, ze zijn bepaald niet overbodig. De handelingsverlegenheid van professionals in de jeugdzorg is op een aantal onderwerpen groot. De sterk toegenomen kennis over ‘wat werkt’ verspreidt zich niet altijd even goed in het veld. En dat laatste kan leiden tot een ongewenste variatie in het handelen in de jeugdzorg en een zekere willekeur vanuit het perspectief van de cliënt.

Richtlijnen onderstrepen de autonomie
Het woord richtlijn associeer je al gauw met moeten, met keurslijf en dwang. Richtlijnen, zijn dat dan de nieuwe oekazes voor de jeugdzorgRichtlijnen zijn inhoudelijke aanbevelingen van de beroepsgroep zelf? Nog meer regeltjes in een onder de bureaucratie bijna bezwijkende sector? Die zorg klinkt af en toe door in de reacties uit het veld, maar niets is minder waar. Richtlijnen zijn inhoudelijke aanbevelingen van de beroepsgroep zelf die je helpen bij het maken van afwegingen; het zijn eigen normen voor goed hulpverlenerschap. Ze onderstrepen eerder de autonomie van het professionele handelen dan dat ze professionals knechten in een organisatie of structuur. Daarom zijn de beroepsverenigingen NIP, NVO en NVMW initiatiefnemers en ‘eigenaren’ van dit ambitieuze, door VWS gesubsidieerde ontwikkelprogramma.

Weerstand of bezwaren?
Misschien is die grotere autonomie precies waarom beleidsmakers van gemeenten die ik spreek wat moeite blijken te hebben met het feit dat jeugdprofessionals straks hun eigen vakinhoudelijke normen meenemen naar die gemeenten. Dat klinkt vooral als weerstand, maar hebben zij ook gegronde bezwaren? In de gesprekken die ik hierover heb gehad worden vooral twee argumenten tegen richtlijnen naar voren gebracht. Ze zouden straks de noodzakelijke innovatie en daarmee het ‘nieuwe werken’ in de weg kunnen staan. En het zou leiden tot duurdere en langer durende zorg. Maar is dat wel zo? Ik bespreek het in een artikel op het prikbord van Kennisnet Jeugd. Ik denk trouwens niet dat die bezwaren gegrond zijn en dat richtlijnen straks een belangrijke rol kunnen vervullen voor de lokale jeugdhulp. Wat denk jij?

Over de auteur

Flip Dronkers

Werkzaam als beleidsadviseur en projectmanager op het grensvlak van inhoud en organisatie. Bestuurslid van het Nederlands Instituut van Psychologen (sector Jeugd). Manager richtlijnenprogramma jeugdzorg. Een dag in de week praktiserend om te blijven begrijpen waar het eigenlijk om gaat.

Wat fijn dat je jouw bijdrage wilt geven! Om dat te doen dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Zelfstandige; Advies Verandering Projectleiding in het sociaal domein
Sector / werkveld: Onderzoek en advies
Functie(s): Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog
Organisatie: Jeugdzorg Advies
Sector / werkveld: Jeugd-ggz, Jeugdzorg, Onderzoek en advies
Functie(s): Adviseur
Organisatie: De Pannenboog
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Beleidsmedewerker
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: Jeugdzorg
Functie(s): Adviseur
Organisatie: William Schrikker Groep
Sector / werkveld: (onbekend)
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord