Blogs

Aantal breakdowns in de pleegzorg moet en kan omlaag

5050

De cijfers uit onderzoek liegen er niet om: bijna de helft van de pleegzorgplaatsingen eindigt in een breakdown, een niet geplande breuk in het leven van een kind. Een percentage dat ik persoonlijk onverdraagbaar vind en dat volgens mij ook drastisch naar beneden kan. Het vraagt van professionals, instellingen en gemeenten om werk te maken van de aanbevelingen in de Richtlijn Pleegzorg.

Als een kind uit huis geplaatst moet worden, is de eerste keus een vervangend gezin, daar is iedereen in Nederland het over eens. Het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind is er helder over; het is opgenomen in de Jeugdwet en in de Richtlijn Uithuisplaatsing. Als kinderen niet bij hun ouders kunnen wonen, is een zo gewoon mogelijk vervangend gezinsleven de beste keuze.

Laten we ambitieus zijn: binnen vijf jaar minder dan 10 procent breakdowns in de pleegzorg!

Uit onderzoek blijkt echter dat opgroeien in een ander gezin niet vanzelfsprekend goed gaat. Nederlandse onderzoeken rapporteren een breakdownpercentage van 45 procent en internationaal schommelt het tussen de 25 en 50 procent. Kinderen die ouder zijn dan 10 jaar, die ernstige gedragsproblemen hebben en die al vaker zijn overgeplaatst, hebben een tien keer zo grote kans dat het misgaat in een pleeggezin dan andere pleegkinderen.

Probleemgedrag kan toenemen

Een breakdown is niet zonder gevolgen voor het kind. Bij kinderen die al probleemgedrag vertonen, kan de ernst daarvan toenemen. Bij kinderen zonder probleemgedrag kan een breakdown probleemgedrag veroorzaken. Aangezien probleemgedrag het risico van een breakdown bij een toekomstige plaatsing verhoogt, neemt zo voor het pleegkind de kans op een langdurig stabiele leef- en opvoedingssituatie af. De kans is aanzienlijk dat deze kinderen op latere leeftijd allerlei problemen ontwikkelen.

Stabiliteit vergroten

Het goede nieuws is dat er nu een richtlijn is met aanbevelingen voor het vergroten van de stabiliteit van pleegzorgplaatsingen. Professionals moeten alert zijn op risico’s die bijdragen aan een breakdown, zoals toename van het probleemgedrag van het pleegkind, afname van adequaat opvoedgedrag van pleegouders en een verstoorde relatie tussen ouders en pleegouders. Het is belangrijk tijdig begeleiding in te zetten om het opvoedgedrag van pleegouders te versterken, het probleemgedrag van het pleegkind te verminderen en de samenwerking tussen ouders en pleegouders te verbeteren.
Dat klinkt misschien simpel, maar blijkt in de praktijk bepaald niet simpel te zijn. Het vraagt om pleegzorgbegeleiding, ingezet door deskundige professionals en gefaciliteerd door instellingen en gemeenten. Zij moeten de handen ineen slaan voor een professionaliseringsslag binnen de pleegzorg. De richtlijn geeft daar duidelijke aanwijzingen voor. Laten we ambitieus zijn: binnen vijf jaar minder dan 10 procent breakdowns in de pleegzorg! Wie pakt de handschoen op?

Over de auteur

Marjan de Lange

Ik ben zelfstandig adviseur en docent bij de Universiteit Utrecht. Mijn drive is een bijdrage leveren aan zorg die er toe doet voor ouders en kinderen. Ik richt me bij de (door-)ontwikkeling van jeugdhulp op het gezamenlijk met clienten en professionals versterken en borgen van wat al goed gaat en uitwerken wat beter kan en geef daarbij advies op basis van beschikbare kennis. Mail: info@marjandelange.nl

Wat fijn dat je jouw bijdrage wilt geven! Om dat te doen dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.

Het is me uit het hart gegrepen.

Dank je wel voor je statement. Dat lijkt me een mooie uitdaging. Wij gaan er voor! Het zal een enorme inzet en flexibiliteit vragen van betrokkenen om te doen wat nodig is om breakdowns te voorkomen. Op vele fronten zal er aan gewerkt moeten worden. Wij denken dat "meer samen" en "meer deskundigheid" de kernwoorden zijn. Jij noemt de Richtlijn Uithuisplaatsing. De richtlijn pleegzorg lijkt belangrijker om breakdows te voorkomen (http://www.richtlijnenjeugdhulp.nl/pleegzorg/). De richtlijn is helder over de gewenste manier van samenwerken: in een zorgteam, zo snel mogelijk na de plaatsing. Daarmee creëren we de mogelijkheid om overzicht te krijgen. We kunnen ieders kijkwijze en verwachtingen leren kennen en we kunnen leren zien dat je maar een stukje bent van een veel groter geheel. Ieders invloed is aanwezig, maar ook altijd beperkt. Er is nog zo veel te leren in pleegzorg. Niet alleen voor professionals, ook voor pleegouders. Een deskundige pleegouder ziet meer, begrijpt meer en kan meer, dan een niet deskundige pleegouder, hoe goed hij of zij ook wordt ondersteund. 

Iedereen die in de jeugdzorg werkt zou deze uitdaging moeten aangaan. 45% breakdown is onacceptabel. Stel je voor dat je naar de dokter gaat en dat je maar 55% kans hebt op de juiste behandeling? Dat je in de trein stapt en dat je maar 55% kans hebt om op de juiste bestemming aan te komen? Dat je iets koopt dat 55% kans heeft dat het niet werkt of binnen de kortste keren kapot gaat? Stel je voor dat je kind gedwongen ergens ander moet wonen, en de kans dat het daar fout gaat 45% is?! Daar staan we dan met ons beleid dat een kind bij voorkeur in een vervangend gezin moet opgroeien als het niet thuis kan blijven. Wat bieden we deze kinderen dan? 45% kans op treurige tocht van pleeggezin naar pleeggezin naar leefgroep, misschien tussendoor een paar vergeefse retourtjes naar huis? Totdat ze eindelijk 18 zijn en we ze beschadigd afleveren aan de grote wereld. Waar ze misschien een relatie krijgen, kinderen krijgen en zich heilig voornemen worden om het zelf beter te doen dan hun ouders. Totdat...

Het is geweldig dat de richtlijn pleegzorg er is. Het zal ons helpen. Laat iedereen er kennis van nemen en er naar handelen. Het percentage breakdown zal dalen. Maar ik denk dat we daarnaast ook iets anders moeten doen. En dat anders is misschien wel: zorgen dat we minder kinderen uit huis (hoeven te) plaatsen. Dit breakdowncijfer dwingt ons tot een grote mate van bescheidenheid. Hoeveel beter is de pleegzorgsituatie voor een kind dan de thuissituatie? Dus ook: hoe erg moet de thuissituatie zijn om een kind uit huis te plaatsen? Wanneer is het nog 'goed genoeg', en 'veilig genoeg'? En: doen we wel alles, maar dan ook alles om een uithuisplaatsing te voorkomen? Ik denk dat uithuisplaatsingen regelmatig ook een bewijs zijn van onze eigen onmacht, en niet alleen van het onvermogen van ouders. We moeten niet alleen onze inspanningen verdubbelen om pleegzorgplaatsingen te laten slagen, maar ook onze inspanningen om pleegzorgplaatsingen te voorkomen.

Beste Flip, Hans en Nic,

Dank voor jullie reacties. Onacceptabel! Het juiste woord voor het hoge breakdownpercentage. Ook op de poll op kennisnetjeugd over de vraag of het aantal breakdowns omlaag moet, zijn de reacties duidelijk! Ja, het aantal breakdowns moet en kan omlaag.

Natuurlijk. Een eerste opgave is het voorkomen van een uithuisplaatsing door effectieve intensieve ambulante hulp in te zetten. Hulp, gericht op de mogelijkheden en zorgbehoefte van het gezin en het bredere netwerk, met meer dan eens per week een contactmoment en zo nodig ook langdurig in te zetten (zie ook de richtlijn multiprobleemgezinnen). Maar ook dan zullen er kinderen blijven die helaas uit huis geplaatst moeten worden. Juist voor deze kwetsbare groep hebben we als gemeenten en jeugdhulp in Nederland de morele plicht om topzorg te bieden. Dat vraagt een professionaleringsslag in de pleegzorg: betere matching, werkend vanuit een zorgteam met ouders, pleegouders en hun netwerk, gericht op goede samenwerking tussen ouders en pleegouders, inzet van de juiste opvoedingsstrategieen door pleegouders en ouders en zo nodig aanvullende interventies voor het kind.

Benieuwd naar de reacties op de poll over deze blog? Die kun je vinden in de werkgroep 'Kennisnetwerk Pleegzorg'.

De poll over breakdowns in pleegzorg staat hier: werkgroep/47/poll/66-het-aantal-breakdowns-in-pleegzorg-kan-omlaag.

Deskundigen (hoger opgeleid dan jeugdzorgwerkers/gezinsvoogden) denken dat 'jeugdzorg' goed of juist "onderzoekt". Maar helaas, vele zaken gaan met dwangzorg fout wegens speculaties en zelfs insinuaties. Daarboven komt de angst toe te geven foute inzet te hebben gepleegd waardoor het kind weg van diens vertrouwde omgeving en gezin een trauma oploopt. Wetenschappelijke bevindingen wijzen op meer dan 50% onjuiste inzet door de gezinsvoogdij. Vaak wordt er niet eerst doorverwezen naar een diagnosticerend deskundige (met open onderzoeksvragen van ouders en 'jeugdzorg') en krijgen de ouders zo geen juiste, deskundiger voorlichting tot verbetering. We zien veel dat de gezinsvoogd beweert dat er iets met het kind of ouder aan de hand is (https://www.dropbox.com/s/h7yvgf5wsqm1ei5/2012%20FJR-95%2B%20Hechtingsstoornis%20en%20juridiserend%20handelen.pdf?dl=0), zonder dat er een diagnose is gesteld of er een therapie of cursus wordt ingezet. Zomaar uithuisplaatsen komt te vaak voor .... en daarom zijn vele uithuisplaatsingen onnodig en schadelijk voor de ontvankelijke opgroeiende, die eens zal onderzoeken op welke grond het niet thuis mocht wonen (85%). Deskundigen doen er goed aan eventuele gezinsvoogdij zelf te volgen en aan terugplaatsing te werken.

Dank je voor dit Blog. Afgelopen zaterdag nog waren wij, Stichting BE4YOU2 het platform voor ervaringsdeskundigen en professionals bij een netwerkdag van Pleegoudersupport Zeeland. Het was duidelijk, de nood en de vraag om goede begeleiding. De vraag is Wat werkt en Wat werkt niet.

Bij stichting BE4YOU2 verzamelen we ervaringsverhalen van mensen vanaf 18 jaar om deze om te zetten naar kennis. Zo hebben we inmiddels twee keer een groep ERVAREN JAREN gestart om aan de hand van thema's als omgaan met loyaliteit, met rouw en verlies, met een kinderwens, met pleegouders na het 18 levensjaar enzomeer. Duidelijk is dat we nog veel van elkaar kunnen leren over wat werkt. Betrek ook mensen met ervaring als pleegkind bij het formuleren van goede zorg.

Als ervaringsdeskundige (kind uit een gezin dat met de maatstaven van 2015 zeer beslist uit huis geplaatst zou zijn), pleit ik er voor om kinderen niet uit huis te plaatsen. Wanneer ik mijn casus als kind voorleg aan sociaal professionals komen zij tot de conclusie dat gedwongen uithuisplaatsing zeker aan de orde is. Ik ga er graag over in gesprek want ik weet zeker dat dit mij geen goed gedaan zou hebben. Ik ben er van overtuigd dat een dergelijke maatregel meer 'kwaad' dan goed doet in de meeste gevallen. Lees mijn blog over dit onderwerp!

Wat goed om openlijk zo’n moeilijk onderwerp te bespreken, te luisteren en informatie te verzamelen waardoor beleid kan worden afgestemd. Inhoudelijk goede reacties zijn er al gegeven, ik wil hierop de uitkomst van mijn onderzoek, als aanvulling met jullie delen.

Als ervarend pleegouder en destijds student Beeldend therapie heb ik in 2013 onderzoek gedaan naar de oorzaak van de breakdown bij de opvoedingsvariant bij Jeugdhulp Friesland.

Uit het dossier onderzoek  kwam (naast andere factoren) naar voren dat alle jeugdigen symptomen van PTSS vertoonden zoals deze zijn weergegeven in de DSM-IV, welke van invloed zijn op het gedrag.

Bij alle jeugdigen uit de onderzochte dossiers was er ONVERMOGEN om te kunnen spreken (een van de kenmerken) over het verleden en VERMIJDINGSGEDRAG waardoor de diagnose bij plaatsing werd gemist.

Zolang het perspectief onduidelijk (onveilig) is blijft de jeugdige overleven (vermijden). Wanneer het perspectief duidelijk is en er eindelijk rust komt laait het trauma weer heftig op. Pleegouders / professionals hebben een moeilijk traject doorlopen, dit verwerkt en zijn toe aan ingroeien in het systeem en perspectief bieden. De jeugdige met zijn trauma vraagt echter om verwerking.

Mijn aanbeveling is; Standaard jeugdigen bij plaatsing screenen op PTSS en non verbale methodieken zoals Beeldend therapie aanbieden. Daarmee tegemoet komen aan het ONVERMOGEN om te spreken, waardoor toch behandeling kan plaatsvinden. Het geheel vertalen naar psycho-educatie voor de betrokkenen. www.beeldenbox.nl

Functie(s): Eindredacteur
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: Communicatie
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Jeugdhulp Advies & Ontwikkeling
Sector / werkveld: Onderzoek en advies
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Zelfstandige; Advies Verandering Projectleiding in het sociaal domein
Sector / werkveld: Onderzoek en advies
Functie(s): Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog
Organisatie: Jeugdzorg Advies
Sector / werkveld: Jeugd-ggz, Jeugdzorg, Onderzoek en advies
Functie(s): FVB Beeldend SKJ Jeugdhulp Verlener
Organisatie: Praktijk KLEUR en Beeldenbox
Sector / werkveld: Centrum voor jeugd en gezin, Jeugd-ggz, Jeugdzorg, Jeugdhulpverlening
Functie(s): Oprichter en trainer bij be4you2, pleegzorg in perspectief
Organisatie: Coaching, mediation, training
Sector / werkveld: Jeugdzorg, Onderwijs, Onderzoek en advies
Functie(s): Adviseur
Organisatie: De Pannenboog
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Beleidsmedewerker
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: Jeugdzorg
Functie(s): Ervaringsdeskundige
Organisatie: Lucie Kessens
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Trainer en adviseur
Organisatie: Pleegzorg Advies Nederland
Sector / werkveld: pleegzorg
Functie(s): Adviseur
Organisatie: SSF
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Adviseur
Organisatie: William Schrikker Groep
Sector / werkveld: (onbekend)
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord