Blogs

Waarom scholen nee zeggen tegen ‘moeilijke’ leerlingen

“Scholen zoeken uitvluchten om ‘moeilijke’ leerlingen niet aan te nemen”, zegt Kinderombudsman Marc Dullaert in een recent interview met NRC Handelsblad. Deze uitvluchten zijn terecht. Leerkrachten hebben het al zwaar genoeg, ook zonder de komst van ‘moeilijke’ leerlingen in het reguliere onderwijs. Passend onderwijs zorgt voor een verhoogde kans op burn-outklachten bij leerkrachten.

Leerlingen die extra zorg nodig hebben moeten volgens de Wet passend onderwijs maatwerk krijgen binnen het reguliere onderwijs. Een mooi streven, maar uit de recente media-aandacht blijkt dat er veel misgaat. Veel instanties en experts luiden de noodklok, waarbij ze redeneren vanuit het perspectief van de leerling. De onwillige school is vaak de zondebok. Toch hebben scholen een goede reden om nee te zeggen tegen bepaalde leerlingen. Zij vrezen voor het welzijn van hun leerkrachten.

Burn-out

De onderwijssector is al jaren koploper als het gaat om burn-outklachten. Volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2012 krijgt bijna een op de vijf mensen in het onderwijs daarmee te maken. Dit is niet verwonderlijk, volgens de Amerikaanse professor Michael Apple, die expert is op het gebied van onderwijshervormingen. Het onderwijsbeleid wordt steeds meer gedreven door een economische logica waarbij leerkrachten aangemoedigd worden om zo efficiënt en effectief mogelijk te werken. Tegelijkertijd worden leerkrachten onderworpen aan meer controle en verantwoordingsplicht.

Ruimte om les te geven

Herkenbaar, vindt Evelyn de Ruiter, die al ruim 30 jaar leerkracht is in het basisonderwijs. Ik sprak haar onlangs over de onderwijshervormingen, die zij als belastend ervaart. “Alle lessen moeten vaststaan op papier. Uitloop of verandering van een les mag eigenlijk niet. Je voelt je soms een slaaf van je lesrooster, de deskundigheid van de leerkracht lijkt er niet meer toe te doen. Daarbij moet je alles op papier zetten en vaak twee keer: in het leerlingvolgsysteem en ook voor de ib'er of de directie, maar dan anders geformuleerd.” Zo is er minder ruimte voor het lesgeven en de leerlingen zelf, maar ook voor collegiale relaties en voor het privéleven van de leerkracht. Dit heeft een emotioneel belastende impact op leerkrachten en kan leiden tot burn-outklachten.

Passend onderwijs betekent extra belasting

Juist de terugkerende dagelijkse problemen met gedragsmoeilijke kinderen veroorzaken burn-outklachtenMet de komst van passend onderwijs komt er nog meer op het bordje van de leerkracht. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam doen al een aantal jaren onderzoek naar de relatie tussen probleemgedrag van leerlingen en burn-outklachten bij leerkrachten. Zij concluderen dat het niet zozeer gaat om de grote gebeurtenissen in het leven van de leerkracht. Juist de terugkerende dagelijkse problemen met gedragsmoeilijke kinderen veroorzaken burn-outklachten.

Warme relaties met leerlingen

In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van 2012 is gelukkig ook een lichtpuntje te vinden.  De emotionele betrokkenheid van leerkrachten bij hun werk zorgt niet alleen voor burn-outklachten, maar ook voor warme relaties met leerlingen die juist bijdragen aan het welzijn van leerkrachten. Deze bevlogenheid moeten we koesteren. Natuurlijk moeten we ‘moeilijke’ leerlingen niet vergeten. Zij zijn degene die tussen wal en schip vallen en in de ergste gevallen zelfs thuis komen te zitten. Maar uiteindelijk hebben leerlingen een emotioneel stabiele leerkracht nodig om goed onderwijs te krijgen.

Overbelasting van leerkrachten is vooral een probleem in het onderwijssysteem. Collega-professionals in gemeenten en de jeugdsector kunnen dit niet direct oplossen. Wel is het belangrijk dat zij niet zomaar de zwartepiet doorspelen aan de scholen. Die hebben namelijk gegronde redenen om nee te zeggen tegen het passend onderwijs.

Over de auteur

Janneke de Ruiter

Janneke de Ruiter werkt als promovenda bij de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich op het welbevinden van leerkrachten in het basisonderwijs. Het doel van het project is te begrijpen welke rol dagelijkse emotionele gebeurtenissen in relatie tot individuele leerlingen spelen in de ontwikkeling van stress en welzijn van leraren.

Haar onderzoek is te volgen via: www.LEOnderzoek.nl of via Facebook.

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.

Beste Janneke,

Je hebt gelijk dat leerkrachten overbelast worden door tal van zaken. En daar zitten een heleboel dingen die velen beschouwen als onnodige bureaucratie en regelgeving. Het is ook goed dat scholen het voor hun docenten opnemen. Ook daarin heb je gelijk. Maar mijn vraag is: moeten we ons gelijk gaan halen ten koste van kinderen? En daarin verschil ik met je van mening.

We moeten niet doen alsof scholen geen keuze hebben. Er is altijd een keuze! Scholen kunnen ook lef tonen en tegen gemeenten en OCW zeggen: we stoppen met het uitvoeren van al jullie circulaires die ons eindeloos veel tijd kosten. Tijd die ten koste gaat van onze kinderen. We kunnen kiezen voor kinderen en tegen bureaucratie. Het is toch onverteerbaar dat kinderen gemangeld worden door een systeem en soms zelfs gedwongen thuis zitten. Hiermee wordt een fundamenteel recht - het recht van kinderen op onderwijs namelijk- met de voeten getreden. Dat recht moet toch zwaarder wegen dan de bureaucratische ballast die de politiek over het onderwijs uitstort?

Als we naar de geschiedenis van het speciaal onderwijs kijken, dan zien we dat sinds ongeveer eind 19e eeuw er apart onderwijs kwam voor blinden, voor doven, voor lichamelijk gehandicapten, voor verstandelijk gehandicapten en als laatste voor kinderen met gedragsproblemen of ontwikkelingsstoornissen. Ik denk dat er door de jaren heen altijd kinderen in een klas hebben gezeten, waarvan een leerkracht verzucht 'Als deze bijzondere kinderen nou niet meer in mijn klas zouden zitten, dan zou ik veel meer tijd hebben voor de andere kinderen. Wat zou dat fijn zijn...' Dat is nu ook zo. En zo verwijderden we door de jaren heen de ene groep kinderen na de andere uit het gewone onderwijs. En uiteindelijk houden we misschien alleen de hoogbegaafde kinderen over... hoewel die misschien ook best lastig zijn. Nu is er voor het eerst een beweging terug gaande, en dat is lastig, dat begrijp ik heel goed. 

Even een denkexperiment: we zijn weer in de jaren zeventig, een tijd waarin nog geen hordes kinderen al dan niet terecht gediagnostiseerd worden met een autistische stoornis of ADHD. Al die kinderen zitten 'gewoon' in een 'gewone' klas. Ze zijn misschien lastig, maar ze horen erbij. Om hier ruimte voor te maken gooien we een aantal regels eruit die sinds de jaren zeventig drukken op het onderwijs. Maar we behouden de kennis die we nu hebben over deze kinderen en hoe we ze het best kunnen laten leren in een zo gewoon mogelijke omgeving. Hoe zou dat zijn? Volgens mij zou menig docent anno 2015 tekenen voor deze situatie.

Ik heb zelf een dochter met Syndroom van Down. Die is naar een gewone basisschool gegaan, waar ze natuurlijk een grotendeels aangepast programma volgde. Ik ben als ouder zielsdankbaar voor de school die het lef had om te zeggen: "Wij zijn er voor elk kind, ook voor een kind met Down. We weten niet precies hoe we haar het beste onderwijs kunnen bieden, maar dat willen we samen met jullie (ouders) ontdekken'. En dat hebben ze gedaan. Ik ben trots op mijn dochter, en ook trots op de school en de leerkrachten die zich met hart en ziel voor haar hebben ingezet.

Onderzoeker / wetenschappelijk medewerker

Beste Nic,

Bedankt voor je reactie, ook voor je persoonlijke toevoeging over je dochter. Mooi om zo’n succesverhaal te lezen!

Met mijn blog wil ik niet aantonen dat ik niet achter passend onderwijs sta, het zijn inderdaad nu de kinderen die de dupe worden omdat zij onnodig thuis komen te zitten. Als een kind, zoals jouw dochter, goed gedijt binnen het reguliere onderwijs met een beetje extra ondersteuning, dan juich ik dat alleen maar toe. Het is niet alleen goed voor de ‘zorgleerling’ zelf, maar ook voor de andere kinderen in de klas die op deze manier leren omgaan met kinderen die anders in elkaar zitten. Ik denk dat we wat dat betreft echt op één lijn zitten.

Wat ik vooral met mijn blog wil bereiken is dat ik wil uitleggen waaróm scholen huiverig zijn in het aannemen van zorgleerlingen en waarom ze doen alsof ze geen keuze hebben. In gesprekken die ik heb gevoerd met leerkrachten en onderwijsprofessionals komt het op mij over alsof scholen het gevoel hebben geen kant op te kunnen, inderdaad o.a. door die bureaucratische rondslomp die je noemt. Verschillende actoren binnen het huidige onderwijssysteem lijken elkaar in de houdgreep te houden, zoals bijvoorbeeld de inspectie die met allerlei eisen komt. Durf dan maar eens als school je eigen koers te gaan varen.

Ik heb het gevoel gekregen dat ik het een beetje op moet nemen voor de scholen, omdat zij nu vaak de schuld krijgen en als onwillig gezien worden. Een oplossing is er naar mijn idee ook nog niet. Gelukkig heb ik het idee dat de onderwijswereld wel in beweging is (denk aan het Platform Onderwijs2032 / Nationale Denktank en andere instanties die zich op dit moment over het onderwijs buigen), dus over oplossingen wordt hard nagedacht.

Ik denk zelf dat er (betere) hulpverlening moet komen voor scholen en dan vooral voor de individuele leerkracht. De klas is de plek waar passend onderwijs faalt of slaagt, de leerkracht is de beslissende factor. We zouden kunnen denken aan begeleiding van leerkrachten voor een groepsaanpak, zodat ze bijvoorbeeld de zorgleerlingen kunnen clusteren en er een gecombineerd zorgtraject kan worden opgestart. Schoolleiders of andere onderwijskundigen zouden dit proces goed moeten begeleiden. Daarnaast moet er wellicht individuele coaching komen voor leerkrachten die echt zijn vastgelopen met bepaalde leerlingen, want dit levert veel interpersoonlijke stress op.

Lector residentiele jeugdzorg

Beste Janneke en Nic,

Jullie hebben natuurlijk allebei gelijk (de Maartse Haas van Alice in Wonderland riep toen: 'All have won so all must have prizes'. Maar het debat kent m.i. alleen verliezers, de kinderen. Want het gaat helemaal niet over waar kinderen het beste terecht kunnen maar om geld.

De verliezers zijn kinderen die niet in het regulier onderwijs passen maar daar toch te lang met hun tafeltje tegen de muur zitten vanwege pedagogische onmacht van docenten die weinig van het kind begrijpen (didactiek gaat in onze Pabo's voor Pedagogiek). Volgens het recente rapport van de Algemene Vereniging van Schoolleiders worden ze langzaam naar de uitgang geduwd, weer een faalervaring rijker, thuiszitten en toename van gedragsproblemen.

De verliezers zijn ook die kinderen die na lang proberen in het reguliere onderwijs eenmaal in het passend onderwijs beland nauwelijks te meer hanteren door hun faalervaringen ook daar uitvallen.... (zie rapportage Marc Dullaert vorig jaar oktober en ons onderzoek naar het leerklimaat in het so en vso). Sociaal falen gaat direct naar de pijncentra van de hersenen.

Verliezers zijn ook kinderen die vervolgens in de (gesloten) jeugdzorg belanden omdat wij onvoldoende vroeg in staat zijn gebleken om op een juiste manier kinderen in het onderwijs en gezinnen te helpen die onze hulp het meeste nodig hebben. Een keukentafelgesprek is voor deze kinderen echt niet genoeg (zie sociale vraagstukken van 27 augustus jl.).

Onze samenleving betaalt vervolgens uiteindelijk de kosten: want in de hulverlening en het onderwijs kan je niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.

 

Peer van der Helm is lector residentiele jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden

Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog

Beste Janneke, 

Complimenten voor je heldere blog en het signaleren van de andere kant van de opgave van passend onderwijs. Hoe houden we leekrachten 'fit' en emotioneel responsief? Dit is nl één van de algemeen werkzame factoren van kwaliteit van onderwijs en daarmee ook belangrijk voor het vóórkomen of verminderen van gedragsproblemen in de klas.

Je eindigt ermee dat dit vooral een opgave is voor het onderwijs zelf en niet van de gemeente of de zorg. Toch denk ik dat een betere samenwerking of integratie van zorg en passend onderwijs op leerlingniveau een belangrijke bijdrage kan leveren aan dit probleem.

De eerste stap is mogelijk het doorbreken van het taboe bij de scholen om de grenzen en kenmerken van een betreffende klas of leerkracht mee te nemen in de analyse van een probleemsituatie rondom een 'moeilijke leerling' . Nu wordt dit vaak vermeden en vertaalt in termen van gedragsproblemen van het kind. Het kind heeft een aanlegstoornis als adhd, of autisme, het gedrag in de klas is het gevolg van de opvoeding thuis of de aansluiting tussen thuis en school. Het betrekken van de didaktiek, de combinatieklas, de samenstelling van de klas, de pedagogische vaardigheden van de leerkracht; het wordt vaak gezien als kritiek ipv feitelijke gegevenheden die ook een rol spelen in het ontstaan van probleemgedrag.

Wanneer zorg en onderwijs beter leren samenwerken en alle factoren betrekken in de analyse ontstaan er mogelijkheden aan beide kanten. De zorg kan een bijdrage leveren aan het geven van inzicht in de factoren die het gedrag van het kind negatief beinvloeden en ook het verbeteren van het gedrag van de leerling. We kunnen werken naar een nauwere samenwerking tussen zorg en onderwijs waarbij we de (diagnostische) inzet gaan richten op verbeteren van gedrag van leerlingen en pedagogisch handelen ipv op verwijzingsdiagnostiek. Het onderwijs kan zich flexibeler opstellen door de plek van kinderen in de school meer te betrekken als aan te passen variabelen. Het wisselen van leerkracht, klas of school mn op basis van gunstige factoren voor het kind is vaak nog taboe, een individuele keuze van ouders en een risico voor de ontvangende school of leerkracht. Door dit taboe belasten we de leerkracht teveel. Hij/zij moet alle typen kinderen en samenstellingen van de klas kunnen behappen. Daardoor is een moeilijke leerling óf een brevet van onvermogen van de leerkracht óf het gevolg van een stoornis heeft. Deze paradox moeten we gaan vermijden.

Onderzoeker / wetenschappelijk medewerker

Beste Ellen,

Dank voor deze heldere toevoeging! Zorg lijkt me op die manier inderdaad van toegevoegde waarde. Je schetst ook een beeld van in mijn ogen de ideale onderwijstoekomst: het flexibel aanpassen van onderwijsmogelijkheden. 

Daarnaast beproef ik in je tekst ook een belangrijke constatering die we hier bij de Universiteit van Amsterdam ook als uitgangspunt hanteren: dat stress bij de leerkracht (maar ik neem aan ook stress bij ouders en leerling) vooral draait om een relatieprobleem; dat niet de mogelijke stoornis of probleemgedrag van een leerling oorzaak is van stress, maar dat het draait om de wisselwerking. Er is een slechte 'match' tussen leerkracht en leerling. Daar moeten we de hulpverlening op gaan richten.

Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog

Het probleem bij de leerkrachten is naar mijn ervaring niet dat ze geen kinderen met zorgvragen aankunnen, maar meer het ervaren van grenzen als de hoeveelheid kinderen met hulpvragen te groot is. Stel je werkt in groep 1/2. Dan moet je met drie differentiatieniveaus werken. Je hebt dan in je 1/2-groep 6 subgroepen en nog de binnenkomende vierjarigen. Hoeveel ruimte voor extra individuele handelingsplannen heb je dan nog? Ik heb in het Praxis-bulletin daar een artikel over geschreven waarin ik de zorgcapaciteit en het zorgplafond heb aangegeven. Bij leerkrachtstress gaat het om het langere tijd boven je zorgcapaciteit moeten werken en de bijbehorende ervaring van die leerkrachten tekort te schieten   

Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog

Heel herkenbaar Janneke! Ik ben vorig jaar afgestudeerd op het onderwerp: 'emotionele arbeid, externaliserend probleemgedrag en de ervaren stress van de leerkracht in dagelijkse situaties' ; ook aan de UvA. Daarnaast werk ik als intern begeleider op een reguliere basisschool. Mijn collega's hebben meegedaan aan ons onderzoek met het digitale dagboek om de emoties te meten. De bewustwording van de emotionele arbeid bij bepaalde leerlingen gaf hen inzicht en daardoor een vermindering van stress! Heel boeiende materie! Wellicht is ons onderzoek bij jou bekend ? Wanneer je nog mensen nodig hebt voor onderzoek ? Ik heb een uitgebreid netwerk van leerkrachten. Ook binnen het samenwerkingsverband passend onderwijs. 

Leontinemt@gmail.com

Organisatie: Irma Haxe Projecten & Trainingen/ Het LOCK
Functie: Projectleider & Trainer
Sector / werkveld: Centrum voor jeugd en gezin, Gemeentelijke overheid, Jeugdbescherming, Jeugdgezondheidszorg, Jeugd-ggz, Jeugdmaatschappelijk werk, Jeugdwelzijnswerk, Jeugdzorg, Onderwijs, Onderzoek en advies
Organisatie: Molendrift
Functie: Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog
Sector / werkveld: Jeugd-ggz
Organisatie: SBPN
Functie: Secretaris/belangenbehartiger
Organisatie: Hogeschool Leiden
Functie: Lector residentiele jeugdzorg
Organisatie: Universiteit van Amsterdam
Functie: Onderzoeker / wetenschappelijk medewerker
Sector / werkveld: Onderzoek en advies
Organisatie: Pravoo
Functie: Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog
Sector / werkveld: Kinderopvang, Onderwijs, Onderzoek en advies
Organisatie: Kind@SchoolPraktijk
Functie: Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog
Organisatie: William Schrikker Groep
Functie: Adviseur
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord