Blogs

Educatieve kwaliteit voorschoolse voorzieningen verhogen: lessen uit onderzoek

Dankzij voorschoolse educatie starten kinderen uit achterstandssituaties beter voorbereid in groep 1. De effecten zijn het grootst wanneer er gerichte aandacht is voor deze kinderen én wanneer de educatieve kwaliteit van voorschoolse voorzieningen hoog is. Gelukkig is het goed mogelijk om die educatieve kwaliteit te verbeteren.

Veel kinderen maken door een ongunstige economische, sociale of culturele thuissituatie minder kans op een succesvolle schoolloopbaan. Ze hebben als ze twee jaar zijn vaak al een achterstand in hun ontwikkeling.

Kinderen uit achterstandssituaties gaan na deelname aan voorschoolse educatie met minder achterstand naar groep 1, bleek uit recente resultaten van het Pre-COOL-onderzoek naar effecten van voor- en vroegschoolse educatie (vve). Hun woordenschat is verbeterd en ze houden hun aandacht langer bij een activiteit. Deze effecten worden nog sterker als de educatieve kwaliteit van het werken op de groep wordt verhoogd.

Emotionele en educatieve kwaliteiten

Pedagogisch medewerkers van voorschoolse voorzieningen, zoals peuterspeelzalen en kinderdagverblijven, moeten beschikken over zowel emotionele als educatieve kwaliteiten. Bij de emotionele kwaliteit gaat het onder meer om een positieve sfeer in de groepDe emotionele kwaliteit van voorschoolse voorzieningen is meestal goed, maar de educatieve kwaliteit is vaak te laag. Verder dienen de pedagogisch medewerkers sensitief te reageren op signalen van kinderen.

De educatieve kwaliteit betreft het spelenderwijs stimuleren van de ontwikkeling van kinderen. Kinderen hebben activiteiten nodig die aansluiten bij hun ontwikkeling en interesses, taalrijk zijn, veel ruimte geven om te ontdekken en hen uitdagen om na te denken. Essentieel is verder dat de reacties van een pedagogisch medewerker op wat een kind doet of zegt bijdragen aan de ontwikkeling van het kind. Ook is het nodig dat pedagogisch medewerkers gebruik van taal door kinderen aanmoedigen, bijvoorbeeld door vragen te stellen, de eigen handelingen te verwoorden en nieuwe, moeilijke woorden te gebruiken.

Kwaliteit verhogen

De emotionele kwaliteit van voorschoolse voorzieningen is meestal goed, maar de educatieve kwaliteit is vaak te laag. Er is dan bijvoorbeeld tijdens het verzorgen van kinderen, in de grote kring en bij vrij spel weinig interactie. Dit is funest voor doelgroepkinderen. Gelukkig bieden veel voorzieningen die werken met een methode voor voor- en vroegschoolse educatie (vve) wél een hogere educatieve kwaliteit.

Het Pre-COOL-onderzoek maakt tevens duidelijk dat professionalisering, vooral training en coaching, de educatieve kwaliteit verhoogt. Ook is de educatieve kwaliteit aanzienlijk hoger als de meerderheid van een groep bestaat uit doelgroepkinderen. De pedagogisch medewerkers zijn dan expliciet gericht op het bevorderen van de ontwikkeling. Ze bieden meer stimulerende activiteiten aan, er is meer begeleid spel en het vve-programma wordt beter uitgevoerd.

Wat zijn dus de lessen voor het vve-beleid?

  • Besteed de vve-middelen ook écht aan de doelgroep: kinderen met risico op een onderwijsachterstand vanwege hun thuissituatie.
  • Besteed in voorschoolse voorzieningen minimaal vier dagdelen aan gerichte ontwikkelingsstimulering. Zorg op die momenten voor groepen met een meerderheid aan doelgroepkinderen.
  • Kies voor erkende vve-programma’s, mét de bijbehorende scholing, zodat de medewerkers het programma dóór en dóór kennen en er flexibel mee omgaan.
  • Zorg voor continue professionalisering met het accent op het verhogen van de educatieve kwaliteit. Nodig is structurele bijscholing en coaching met systematische feedback op de geobserveerde praktijk.

Extra stimulering

Voor- en vroegschoolse educatie voor kinderen met een risico op onderwijsachterstand is en blijft hard nodig. Vaak hoor ik: ‘Een goed aanbod voor alle kinderen is ook goed voor doelgroepkinderen.’ Dat klopt dus niet. Kinderen uit achterstandssituaties hebben extra stimulering nodig. Investeer in die extra stimulering - bij voorkeur in voorschoolse voorzieningen waar álle kinderen aan kunnen deelnemen en met veel aandacht voor ouderbetrokkenheid.

Over de auteur

Hilde Kalthoff

Hilde Kalthoff  (1958) is pedagoog en organisatieadviseur (afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen) en werkzaam als senior inhoudelijk medewerker bij het Nederlands Jeugdinstituut.  Mijn thema’s zijn voor- en vroegschoolse educatie en ouderbetrokkenheid. Ik ben onder meer verantwoordelijk voor de landelijke coördinatie van programma’s voor gezinsgerichte ontwikkelingsstimulering (Instapje, Opstapje, Opstap en VVE Thuis).

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Beleidsmedewerker

In zijn kamerbrief van 6 juni geeft Sander Dekker aan: Ook blijkt dat wanneer er meer doelgroepkinderen op een locatie zitten de uitvoering van het vve-beleid beter is en er hogere kwaliteit wordt geboden. Het wijst op betrokkenheid van de instellingen bij de doelstellingen van het beleid en bij de belangen van de kinderen.

Is dit wel zo? Of is het niet veel meer zo dat juist in grote steden er meer doelgroepkinderen (geconcentreerd) op locaties zitten en dat in de grote steden mede vanwege de extra middelen de kwaliteit beter is. De zinsnede in de brief van Dekker wekt de indruk dat we voor meer effecten terug moeten naar aparte VVE groepen. Ik vraag mij af of dat werkelijk zo is.

Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Functie: Redactie
Organisatie: SBPN
Functie: Secretaris/belangenbehartiger
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Functie: Adviseur
Organisatie: Bestuursdienst Ommen-Hardenberg
Functie: Beleidsmedewerker
Organisatie: William Schrikker Groep
Functie: Adviseur
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord