Blogs

Hoe we kinderen met een achterstand vooruit kunnen helpen

De afgelopen twintig jaar is het aantal kinderen met een onderwijsachterstand met 75 procent afgenomen. Dat zou een impuls moeten zijn om de kinderen vooruit te helpen die nu nog met een achterstand kampen. Gelukkig zijn er nu goede aanwijzingen hoe we dat kunnen doen.

Goed nieuws: de onderwijsachterstanden in Nederland zijn opnieuw kleiner geworden. Op dit moment heeft 9 procent van de basisschoolkinderen een achterstand. Dat is natuurlijk nog altijd te veel, maar twintig jaar geleden was dat nog 38 procent.

Opleidingsniveau

Een spectaculaire daling! Op ieder ander beleidsterrein zou zo’n resultaat aanleiding zijn voor veel tromgeroffel, maar toen het CBS begin dit jaar de laatste cijfers naar buiten bracht, bleef het stil bij het ministerie van Onderwijs. Dat komt waarschijnlijk doordat deze daling niet een gevolg is van beleid, maar van het stijgende opleidingsniveau in Nederland. Want of een kind een achterstand heeft wordt afgemeten aan de opleiding van zijn ouders en niet aan wat een kind zelf kan.

Dat is een beetje raar, want het opleidingsniveau van de ouders is niet de enige invloed op de schoolprestaties van hun kind. Onderzoeker Geert Driessen stelde in 2013 vast dat andere factoren ook een rol spelen, zoals hoe lang een kind al in Nederland is, of het in een asielzoekerscentrum woont en hoe goed het de taal beheerst. Daarom wordt er nu gestudeerd op een nieuwe invulling van het begrip achterstand, waarin deze factoren worden meegewogen.

9 procent

We kunnen die laatste groep kinderen met een achterstand in het onderwijs niet in de kou laten staanEr zijn dan wel minder kinderen met een onderwijsachterstand, maar de keerzijde is dat het steeds moeilijker wordt om dit aantal nog verder terug te brengen. Minister Jet Bussemaker van Onderwijs maakt zich daar zorgen over en daarom heeft zij opdracht gegeven tot een onderzoek naar de kansenongelijkheid in het onderwijs. Die zorgen zijn ook ingegeven door de toenemende tweedeling in de samenleving die de WRR en het SCP hebben geconstateerd. De kloof tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden dreigt diep, breed en uiteindelijk onoverbrugbaar te worden.

Het onderwijs is altijd ook een emancipatiemachine geweest. We mogen blij zijn dat er steeds minder kinderen met een achterstand in het onderwijs komen, maar die laatste 9 procent kunnen we niet in de kou laten staan.

Onderzoek

Gelukkig laten twee verschillende onderzoeken zien dat het mogelijk is om daar gericht iets tegen te doen. Nederlands onderzoek laat zien dat voor- en vroegschoolse educatie (vve) echt helpt om kinderen met een achterstand vooruit te helpen. En het Centraal Planbureau (CPB) heeft in een metastudie vastgesteld dat vve en klassen van hetzelfde niveau effectief zijn in het wegwerken van achterstand.

In al deze onderzoeken rondom onderwijsachterstanden is een sleutelrol weggelegd voor de beroepskrachten: de leerkracht in het basisonderwijs en de leidster in de kinderopvang of vve maken het verschil. Om achterstanden verder terug te dringen lijkt er daarom geen betere weg dan verder investeren in opleidingen, kwaliteit en professionalisering. En natuurlijk ook in goede instrumenten en interventies waarmee deze beroepskrachten hun werk nog beter kunnen doen.

Over de auteur

Gert van den Berg

Gert van den Berg houdt zich bij het Nederlands Jeugdinstituut onder meer bezig met cijfers en met effectiviteit. Hij is ook betrokken bij de informatievoorziening over de transformatie. Verder ge:interesseerd in: diversiteit, radicalisering en beleidsvragen.

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Leerkracht / docent

Ik denk dat er ook best eens een wat fundamentelere discussie mag plaatsvinden over het begrip 'achterstand'. In de eerste plaats moeten we ons eens afvragen of het zou helpen als niemand 'minder was dan de rest'.  Wat gebeurt er op lange termijn? Is er straks niemand meer werkloos omdat iedereen gelijke kansen kreeg? In de tweede plaats mogen we wel eens kijken naar de vraag of we niet ieder kind dwingen om in dezelfde wedstrijd te winnen. Waarom juist niet meer aandacht voor thuistalen, technische vaardigheden, ambachten. Marc Bovens schreef een mooi artikel over de meritocratie op sociale vraagstukken.nl .

Onderzoeker / wetenschappelijk medewerker

Mooie reactie, Klaas. Uiteindelijk gaat het om het accepteren van verschillen tussen mensen en daar op een goede manier mee omgaan. Maar het gaat hier om kinderen: jonge mensen die zich nog aan het ontwikkelen zijn en daarbij moeten we ze de kans geven om dat zo goed mogelijk te doen. Twintig jaar geleden had je automatisch een achterstand wanneer je ouders uit een niet-Westers land kwamen, tegenwoordig wanneer zij weinig opleiding hebben gehad. In beide gevallen staat het niet vast dat je dan een achterstand hebt of dat je daar niet op eigen kracht bovenop kunt komen. Daarom is het goed dat er nu opnieuw wordt gekeken naar het begrip achterstand. Uitgangspunt daarbij zou moeten zijn hoe je kinderen helpt zich goed te ontwikkelen en niet hoe je ze allemaal langs dezelfde lat legt.

Adviseur

Kinderen in achterstandssitiaties hebben tussen twee en drie jaar al bijna een jaar achterstand in hun ontwikkeling. Met name de combinatie lage opleiding en anderstalige gezinssituatie zet kinderen op achterstand. Zonder extra steun door bv vve wordt dat alleen maar groter. Met een grotere kans op nadelige gevolgen op lange termijn zoals schooluitval, jeugdcriminaliteit en zelfs minder lang en minder gezond leven.
Het gaat niet om het dwingen van kinderen, juist niet, maar om ze meer kansen te geven. En het is heel goed dat mensen een vak hebben; we hoeven naturlijk niet allemaal hoogopgeleid te zijn. Maar het is oneerlijk dat een kind van leraar meer onderwijskansen heeft dan bijvoorbeeld een laaggeschoolde arbeider puur door de thuissituatie.
Ook gaat het niet alleen om kinderen uit migrantengezinnen. Achterstand in het Nederlands bij migantenkinderen is zichtbaar maar achterstand gaat over hele ontwikkeling en ook Nederlandse kinderen lage ses hebben minder onderwijskans door hun (thuis-)situatie.
Ook is er een verschil met passend onderwijs. Zoals Jo Kloprogge schrijft:
In een achterstandssituatie verkeren, is niet hetzelfde als:

  •  Lage prestaties halen. Onderpresteren komt op alle prestatieniveaus voor. Ook het doelgroepkind op havo-niveau dat eigenlijk gymnasium-potentie heeft, heeft een achterstand.
  •  Een zorgleerling zijn. Een achterstandssituatie heeft primair met de omgeving van het kind te maken, een zorgleerling zijn is veel meer toe te schrijven aan kenmerken van het kind zelf, zoals gedragsmatige stoornissen of intelligentie- of aandachtstekorten.
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Functie: Onderzoeker / wetenschappelijk medewerker
Sector / werkveld: kennisinstituut
Organisatie: Hogeschool Utrecht
Functie: Leerkracht / docent
Organisatie: SBPN
Functie: Secretaris/belangenbehartiger
Organisatie: Hogeschool Leiden
Functie: Lector residentiele jeugdzorg
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Functie: Adviseur
Organisatie: William Schrikker Groep
Functie: Adviseur
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord