Blogs

Stelling: de raadsonderzoeker is te laag opgeleid

Gedwongen opname in de psychiatrie kan iedereen overkomen. Het lijkt me vreselijk. Maar ik denk dat ik het nog veel erger had gevonden als ik als kind uit huis gehaald zou zijn. Of, als één van mijn kinderen weggehaald zou zijn uit mijn gezin. Ik kan me slechts voorstellen hoe eenzaam, mislukt, beschaamd, machteloos, slachtoffer en boos ik me als ouder zou voelen. Of wat het allemaal met mijn kind zou doen.

Hoogste deskundigheidsniveau

Het gaat hier over ingrepen die we als samenleving doen met de beste bedoelingen. We realiseren ons natuurlijk dat zo’n ingreep grote schade kan veroorzaken en levenslang heel veel pijn kan blijven doen. Met alle gevolgen van dien. Daarom moet de zorg rondom uithuisplaatsing van het hoogste deskundigheidsniveau zijn. Zowel in preventie, als in onderzoek, als in de zorg nadat de beslissing genomen is.

De juiste beslissing

Ik vraag mij af of de wetgever wel voldoende gekeken heeft naar wat het betekent voor een kind als dit uit huis geplaatst wordt

Het ‘hoogste deskundigheidsniveau’ is per definitie altijd aan verandering onderhevig, want er is vanuit wetenschap altijd nieuwe kennis. Het is onze plicht om te blijven aanpassen. Zo werkt wetenschap: het geheel van kennis wordt steeds aangevuld met nieuwe inzichten en (bewezen) theorieën.

Dit is ook de reden waarom de rechter in 2008 heeft bepaald dat het onderzoek voor de medische verklaring voor een gedwongen opname in de psychiatrie persoonlijk uitgevoerd moet worden door een specialist, een psychiater. Dit onderzoek mag niet gedaan worden door een ander soort arts of door een gespecialiseerde psycholoog. Om de kans op een juiste beslissing te vergroten, en vooral om de kans op een verkeerde beslissing zo klein mogelijk te laten zijn, móet het ‘gedwongen-opname-onderzoek’ door een psychiater gedaan worden. Wat mij betreft geheel terecht: gedwongen opname is een heel heftig en ingrijpend middel. Daar wil je niet de fout mee ingaan.  

Raadsonderzoeker

Het onderzoek dat voorafgaat aan een (mogelijke) uithuisplaatsing van een kind – wat voor zowel ouders als kind misschien nog heftiger is dan een gedwongen opname –  wordt uitgevoerd door een raadsonderzoeker. Maar nu het opmerkelijke. Het ministerie van justitie zegt over de opleidingseis van de raadsonderzoeker: “Voor de functie van raadsonderzoeker is een relevante afgeronde hbo-opleiding een vereiste. Met relevant wordt bedoeld SPH, MWD en (sociaal-)juridische opleidingen, deze opleidingen hebben de voorkeur. Ook PABO, MER en dergelijke is in principe mogelijk. Alleen dient dan wel zeer relevante werkervaring (bijvoorbeeld Jeugdzorg, speciaal onderwijs) aanwezig te zijn”.

Dit is een aanzienlijk lagere eis dan de eis die gesteld wordt voor onderzoek in het kader van gedwongen psychiatrische opname. Ik denk dat dit niet passend is bij zo een zware en heftige beslissing als uithuisplaatsing van een kind. Ik vraag mij af of de wetgever wel voldoende gekeken heeft naar wat het eigenlijk betekent voor een kind als dit uit huis geplaatst wordt. En wat het voor de ouders betekent. En wat het voor alle betrokkenen betekent als achteraf blijkt dat de beslissing eigenlijk niet nodig was. 

Betere keuzes

Ik stel dat als we de eisen voor de functie van raadsonderzoeker ophogen naar bijvoorbeeld het niveau van de klinisch psycholoog, we tot betere keuzes komen voor kinderen en voor ouders. Keuzes die ons als samenleving meer opleveren (en minder kosten). Keuzes die net als bij een gedwongen opname de kleinste kans hebben de verkeerde te zijn. Misschien moeten we daar maar eens een goede pilot mee doen?

Over de auteur

Peter Dijkshoorn

Peter Dijkshoorn, kinder- en jeugdpsychiater en bestuurder van Accare. In de praktijk actief met behandelen van kinderen en jongeren en organisatorisch met het zo vorm geven van zorg dat die én de beste is voor kinderen en ouders én voor samenleving kostenefficient. Als expert effectieve jeugdhulp parttime werkzaam bij het NJI, het Nederlands JeugdInstituut. Bestuurslid GGZNederland.

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.

Naast het opleidingsniveau is het noodzakelijk dat een raadsonderzoeker aan waarheidsvinding doet en feiten onderzoekt, niet alle informatie die zij ontvangt copeert als waarheid. De raadsonderzoeker moet de bewijzen die ouders aanleveren meewegen. 

Bij bewezen fouten moet er de mogelijkheid zijn deze raadsonderzoek bij bv onafhankelijk tuchtcollege te berispen.

Er worden nog te veel kinderen onterecht uit huis geplaatst met alle gevolgen van dien.

Naast het opleidingsniveau is het noodzakelijk dat een raadsonderzoeker aan waarheidsvinding doet en feiten onderzoekt, niet alle informatie die zij ontvangt copeert als waarheid. De raadsonderzoeker moet de bewijzen die ouders aanleveren meewegen. 

Bij bewezen fouten moet er de mogelijkheid zijn deze raadsonderzoek bij bv onafhankelijk tuchtcollege te berispen.

Er worden nog te veel kinderen onterecht uit huis geplaatst met alle gevolgen van dien.

Ik begrijp de afweging. Geloof zelf echter niet dat door het opleidingsniveau te verhogen er betere onderzoeken plaats vinden. De RvdK heeft een mooie nieuwe methodiek waarin heel zorgvuldig wordt gekeken naar wat er voor nodig is om een kind thuis te kunnen laten wonen. Uiteraard speelt ervaring een rol, maar dat geldt voor zo veel meer functies, ook op een lager deskundigheidsniveau. Mocht er desondanks een uithuisplaatsing worden overwogen, dan zal er vanuit een reflectieve praktijk altijd getoetst / samengewerkt worden met een collega gedragswetenschapper(naast collegiale toetsing) die vanuit haar kennis en expertise de juiste vragen stelt zodat een zorgvuldige afweging plaats vindt. Mocht de RvdK vervolgens van mening zijn dat een uithuisplaatsing noodzakelijk is wegens een onveilige opvoedingssituatie / bedreigde ontwikkeling van het kind, dan zal een verzoek tot uithuisplaatsing worden neergelegd bij de Kinderrechter die hier onafhankelijk wederom een zorgvuldige toetsing op los laat met de mogelijkheid voor ouders om hier tegen in beroep te gaan. Dus mijn motto: investeer in een goede opleiding en coaching van beginnend beroepsbeoefenaren en organiseer een reflectieve praktijk en leerbijeenkomsten. De verschillende HBO-achtergronden van raadsonderzoekers, zijn mi juist van toegevoegde waarde voor een brede kijk, georganiseerde tegenspraak en kritische vragen binnen collegiale toetsing. Deze meervoudigheid in disciplines kom je ook tegen binnen de forensische psychiatrie. Ook een omgeving waar het hoogste deskundigheidsniveau is vereist en ik uit persoonlijke ervaring kan melden dat de verschillende achtergronden van collega's heel prettig waren in de dagelijkse praktijk en toetsing(b.v voor verlof).

Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog

In de afgelopen 24 jaar dat ik als kinder-en jeugdpsycholoog / GZ psycholoog werk, heb ik het raadswerk  van heel dichtbij mee mogen maken, als onderzoeker, als stafmedewerker bij de jeugdbescherming en inmiddels vooral als degene die raadsonderzoekers traint op gebied van Afstand Adoptie Screening en Afstamming. Het diploma waarmee men binnenkomt is vaak een Mastersdiploma en meteen wordt een interne opleiding gestart. Zonder uitzondering kom ik goede krachten, betrokken en bevlogen mensen tegen. De interne opleiding is zwaar en degelijk. De randvoorwaarden ( zoals beperkte uren voor geregistreerde gedragswetenschappers, weinig tijd, hoge caseload, snel moeten beslissen)-  waaronder raadsmedewerkers hun werk moeten doen is ingewikkeld en zorgt ervoor dat er soms niet gebeurt wat er zou moeten gebeuren.

Liever houd ik een pleidooi voor minder cases, meer disciplines binnen de raad die betrokken worden bij besluitvorming, waaronder een klinisch psycholoog, dan voor het wijzigen van opleidingsniveau. Dat laatste is namelijk geen garantie dat de besluitvorming adquater gebeurt, het inzetten van meer mensen, meer borgen intern en meer reflectie multidisciplinair lijkt mij een betere weg.

Anneke Vinke 

Jeugdhulpverlener / gezinsmedewerker

Peter, goed dat je dit ter sprake brengt. Ik heb nu te maken met ouders die bij mij komen voor behandeling omdat ze sinds de UHP niet meer slapen en andere klachten vertonen. Mijn mening is dat er meer aandacht voor de ouders moet komen en dat de manier waarop het hele proces rondom UHP verloopt, anders moet.                                                     

Gedragswetenschappelijk adviseur

Bernadette Ter Beek stelt terecht dat de raadsonderzoeker aan waarheidsvinding dient te doen. Dat is niet alleen noodzakelijk, het is ook wttelijk verplicht. Zowel de Jeugdwet als het Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering eisen van de Raad voor de Kinderbescherming dat in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid worden aangevoerd.

Waarheidsvinding in strafrechtelijke zin is hierbij niet aan de orde, maar wel waarheidsvinding in (gedrags)wetenschappelijke zin. Voor een dergelijke waarheidsvinding is cruciaal dat de onderzoeker beschikt over wetenschappelijk aanvaardbare onderzoeksinstrumenten. Een onderzoeksinstrumentarium dat voldoet aan de wetenschappelijke vereisten van validiteit (construct en predictief) en betrouwbaarheid.

Op dit moment is dit de grote ontbrekende factor bij het raadsonderzoek. Thans bestaat dit voornamelijk uit enkele interviews op basis van een gestandaardiseerde vragenlijst en het consulteren van informanten via (telefonische) interviews. Daarmee is de mogelijkheid van bias, d.w.z. het door elkaar lopen van feiten, waarnemingen en interpretaties en van subjectiviteit, in ernstig mate aanwezig. Ook bij wetenschappelijk geschoolden. Als basis voor een uithuisplaatsing m.i. onaanvaardbaar en pedagogisch onverantwoord.

Een wetenschappelijk instrumentarium kan alleen verantwoord worden toegepast indien de onderzoeker op dat punt is geschoold. Dat kan een gedragswetenschapper zijn, maar ook een HBO opgeleide die aanvullend op het gebruik van de onderzoeksinstrumenten is getraind. In die zin wil het betoog van de heer Dijkshoorn een klein beetje nuanceren.

Het zou m.i. enorme winst zijn en in het relatiebelang van veel kinderen met hun ouders, indien de Raad verplicht zou worden een dergelijk instrumentarium te hanteren. De kwaliteitsverhoging van onderzoeker en onderzoeksresultaten vloeit daaruit als vanzelfsprekend voort maar dient ook expliciet te worden geformuleerd.

Tot slot wil ik opmerken dat mij geen onderzoek bekend is naar de de mate waarin de rechterlijke beslissing tot uithuisplaatsing pedagogisch verantwoord en gerechtvaardigd is. Ik ben er wel heel benieuwd naar.

Harry Berndsen.

Beleidsmedewerker

Naar aanleiding van de reacties enige informatie:

Bij het verzoek tot een raadsonderzoek dienen de bronnen genoemd en hun informatie geaccordeerd en gedateerd. Die informatie kan afkomstig zijn van wetenschappelijk geschoolde professionals (meldcode). Ook uit de psychiatrie.

Het begrip waarheidsvinding roept verwarring op. De raadsonderzoeker verifieert de feiten als ze niet eenduidig zijn. Wat klopt niet en wat klopt wel, willen de raadsonderzoekers zeker weten in relatie tot de ontwikkeling van het kind en de opvoedingsrol van de ouders (oplossingsgericht).. De raadsmedewerkers hebben geen observatieteams of telefoontaps. Dat behoort tot het domein van de politie.

De raadsonderzoekers zijn SKJ geregistreerd, dus beroepscode en tuchtrecht zijn van toepassing.

Beste Peter, Ik kan jouw pleidooi geheel onderschrijven. Naast ophogen van het niveau zou  bijvb een kinderrechter ( of ev andere instantie) ook het verhaal of verweer van ouders en kind moeten aanhoren, naast het rapport van de raadsonderzoeker. Ik ben psychotherapeut en behandel heel veel trauma's, waarvan een groot deel door de hulpverlening zelf is veroorzaakt. Dat is beschamend, verschrikkelijk voor het kind en zijn gezin en zeer kostbaar. Het vertrouwen in de hulpverlening is dan ook helemaal weg.

Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog

Ik heb er nogal moeite mee dat de Raad de zwarte piet toegespeeld krijgt. Een UHP is altijd een heel nare zaak. De raadsonderzoeker en zijn/haar team als ook de kinderrechter gaan daarbij nooit over een nacht ijs!

De raadsmethodiek is uitgebreid beschreven, theoretisch goed onderbouwd,  er is intercollegiale toetsing en multidisciplinair overleg. De rechterlijke toetsing is belangrijk. Praten met de ouders en de kinderen die het betreft ook. Kinderrechters doen dat ook (dit itt tot hetgeen sommige van mijn collega therapeuten lijken te denken) - zowel ouders, als andere belanghebbenden zijn bij de zitting aanwezig en mogen hun verhaal doen. Kinderen vanaf 12 - en sinds kort bij de Rechtbank Amsterdam ook vanaf 8 jaar, - krijgen ook een uitnodiging om hun verhaal - apart buiten de zitting bij de kinderrechter - te doen. Niet iedereen maakt daarvan gebruik. Het zou al goed zijn als we dat zouden propageren lijkt me. 

Voorkomt je verhaal vertellen dat een uithuisplaatsing als traumatisch wordt ervaren? Nee, ik vrees van niet, maar helaas is het zo dat niet alle ouders in staat zijn om hun kind te bieden wat het nodig heeft, zelfs niet met intensieve hulpverlening.  

Voor sommige kinderen is UHP de enige manier om hen ontwikkelingskansen te bieden zodat zij groot kunnen worden en hun potentieel kunnen bereiken. 

Valt er wat te verbeteren aan de UHP?  Zeker, zowel aan voorbereiding, aan de wijze van uitvoering als aan zorg na UHP valt nog het nodige te verbeteren maar mijn stelling hier is dat de kracht ligt in samenwerking tussen alle betrokkenen rond een kind en diens gezin. Daar is verschillende, complementaire expertise voor nodig. Deze is te vinden bij de Raad, CJG, Jeugdhulp, GGZ, vrijgevestigden - SAMEN rond een kind. Kun je fouten voorkomen? Was dat maar waar...  Eileen Munro, een van de onderzoekers van de Victoria Climbié-zaak in de UK, stelt  het volgende: 

'The single most important factor in minimising errors is to admit that you may be wrong’ 

Munro, E. (2002). Effective child protection London: Sage, (p. 141). 

Dat lijkt mij een prachtig uitgangspunt voor het moeilijke werk van de Raad., van jeugdbeschermers - waarbij - zou de beslissing niet juist zijn -  er ook een herstelactie moet volgen! Als we open en transparant zijn, stappen goed vastleggen en eerlijk dat dingen anders kunnen lopen dan de intentie is, hebben we met zijn allen al een grote stap gezet. Dat begint wat mij betreft bij verbinden van sectoren en professionele kaders. 

Trainer en adviseur

Ik wil graag een bijdrage leveren aan deze discussie. Het gaat me aan het hart. Om te beginnen wil ik oproepen de discussie niet te versmallen. Peter Dijkshoorn raakt iets belangrijks aan, maar is wat mij betreft niet erg compleet in de beeldvorming. Ik ben het met hem eens dat het vreemd is dat we in Nederland andere normen hanteren voor besluitvorming mbt gedwongen opname dan bij UHP. Zijn voorstel (ophogen van de eisen voor de functie van raadsonderzoeker naar bijvoorbeeld het niveau van de klinisch psycholoog) vind ik echter een beetje mager. Het is een slag in het duister. Het feit dat er zoveel ellende is ten gevolge van uithuisplaatsingen (ik denk echt dat die er is) is naar mijn mening niet zozeer te wijten aan het opleidingsniveau van de raadsonderzoekers als wel aan het onvermogen van mensen om elkaar te zien en te horen. Met andere woorden: we werken vooral taakgericht en niet zozeer relatiegericht. Een beetje kort door de bocht zou je kunnen zeggen: Iedereen doet zijn ding en een procedure moet zorgen voor de verbinding tussen de betrokkenen. Maar in het geval van een UHP schiet een procedure gemakkelijk tekort.

Besluitvorming tot een UHP is onderdeel van een proces waarbij veel mensen betrokken zijn, of zouden moeten zijn. Het is naar mijn idee niet de (klinische) expertise van een of enkele mensen, maar het vermogen om gedurende langere tijd op elkaar af te stemmen en het juiste te doen, wat de risico's op langdurend trauma en onnodige verwijdering tussen ouders/opvoeders en hun kinderen kan voorkomen. Ik ben het wat dat betreft eens met Anneke Vinke.

Als we dan terug gaan naar wat Peter aanraakt, mogen we de vraag stellen: welke expertise missen we bij de professionele betrokkenen die invloed hebben op de besluitvorming en het proces dat daarop volgt? Ik zou hierover graag de mening horen van anderen. Mijn mening zou zijn dat we op zoek moeten gaan naar een balans van voldoende expertise en een juiste houding. Aan beide zou gewerkt moeten worden. Naar mijn mening zouden alle professioneel betrokkenen zich in ieder geval een open, luisterende, geinteresseerde houding eigen moeten maken, niet alleen die van de Raad voor de kinderbescherming. Dat is niet gemakkelijk. Waar kun je dat leren?

Beleidsmedewerker

Naar aanleiding van de reacties enige informatie:

Als er een uithuisplaatsing is in een gedwongen kader gaat dat altijd via de kinderrechter die de machtiging uithuisplaatsing al dan niet afgeeft. Tijdens de mondelinge behandeling ter zitting bezitten alle partijen en de kinderrechter over gelijke informatie.

In steeds meer regio's wordt het verzoek tot een onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming met de melder, raadsmedewerker, ouders en jongeren vanaf 12, of jonger als ze er aan toe zijn, besproken aan de Jeugdbeschermingstafel. De voorzitter is onafhankelijk. 

KInder-en jeugdpsychiater en bestuurder

Mooi dat er zoveel en zo genuanceerd gereageerd wordt op dit blog. Een paar reacties van mijn kant. Ik lees over de verworvenheid en waarde van multidisciplinair overleg en dat dat de borging is van goed werk. Dat wordt op veel plaatsen als waardevol genoemd. Er is echter bij mijn weten geen enkel bewijs dat multidisciplinair overleg nuttig is. Iemand die er op promoveerde (dr. Huub Pijnenburg) zegt eigenlijk dat het niks toevoegt, tenzij je er speciale eisen aan stelt.

In reacties wordt wel genoemd dat als een garantie van kwaliteit een gedragswetenschapper meekijkt en dat de rechter nog weer onafhankelijk toetst. Dat is natuurlijk waar, maar de vraag is voor mij of de rechter wel de optimale informatie heeft om vervolgens goed te kunnen toetsen. Als de onderzoeker niet gezien heeft dat de moeder getraumatiseerd is (en dat wordt in grote delen van de hulpverlening echt vaak niet gezien. Ik neem dat niemand kwalijk want het is gewoon vreselijk moeilijk) dan staat dat niet in het onderzoeksrapport. De rechter kan dan ook niet optimaal oordelen. De moeder krijgt dan niet de juiste hulp en er wordt een verkeerde beslissing genomen. Overigens ligt dit probleem ook al bij de hulp die aan het raadsonderzoek vooraf gaat. Die hebben het kennelijk ook niet herkend. Ook daar is dan kwaliteitsversterking noodzakelijk.

Er worden ook andere mogelijke verbeteringen aangedragen. Mooi. Bij alle suggesties denk ik: als we theoretisch onderbouwde suggesties nu eerst fatsoenlijk als pilot uitproberen, vervolgens degelijk beoordelen of dit een verbetering is of niet en dán pas de keus doen om wel of niet breed te implementeren.

Trainer en adviseur

Ik wil graag reageren op wat Dirk en Peter schrijven. Het zou kunnen dat er sprake is van een verkeerde interpretatie van mijn woorden. Ik wijt veel van de huidige problemen die ontstaan naar aanleiding van een uithuisplaatsing aan het feit dat er teveel taak- en procedure gericht wordt gewerkt, waardoor naar mijn mening de ander (dat kan de ouder, het kind, of een andere professional zijn) niet echt wordt gezien of gehoort. 

Dirk en Peter benadrukken, als ik het goed interpreteer, dat de procedure op dit moment eigenlijk heel goed is en dat multidisciplinair overleg weinig toevoegt. Dat kan ik me gemakkelijk voorstellen, omdat ook multidisciplinair overleg onderdeel kan zijn van een procedure.

Ik ben het met Peter eens dat iemand die een bepaalde opleiding heeft gedaan getraind kan zijn in het zien van afwijkingen, stoornissen, trauma's of andere zaken die van belang zijn in het kader van een UHP. Zonder die opleiding zie je dat misschien over het hoofd. Belangrijk!

Wat ik naar voren heb willen brengen is iets anders. Het lijkt mij een heel goed idee als mensen geschoold zouden worden in het kijken en luisten naar mensen, zodat ze niet alleen de afwijkingen, maar juist ook de "normale" uitingen van inzet, last, afwijzing, onmacht, verdriet, trots, boosheid, etc. kunnen zien, óók als iemand in een bijzondere situatie verkeerd. Niet de medische, niet de psychologische, maar de menselijke kijk zeg maar. Met deze kijk hoeven we minder te labelen, kunnen we ons beter inleven en kunnen we mensen het gevoel geven dat ze er mogen zijn, ze een gevoel van eigenwaarde geven. Dit soort zaken kún je niet regelen in een procedure, hoe goed je die ook ontwerpt. Maar wáár kun je leren kijken op een menselijke manier?

Adviseur sociaal domein, trainer, coordinator jeugdhulp

We zijn het er klaarblijkelijk allemaal over eens dat de effecten van een uithuisplaatsing erg traumatische kunnen zijn voor ouders en kind en dat we hier heel zorgvuldig mee om moeten gaan. Dat begint dus ook al bij de start van de hulpverlening. Het maakt niet uit welke opleidingsniveau een raadsonderzoeker heeft (hbo of wo er zijn ook genoeg wo'ers werkzaam bij de Raad), de raad dient echter wel onderbouwde vragen aan ouders, eventueel het kind en de hulpverlening te stellen die betrokken is. Zodat er een zo objectief mogelijk beeld kan onstaan over het kind en in welke situatie het kind zich bevind. Opvallend vind ik dat er te weinig oog is voor het netwerk en het milieu waarin een kind zich bevind en welke effecten dit heeft op het hulpverleningsproces en of hoe deze betrokken zijn of kunnen worden.  Een klinische psycholoog is niet meer opgeleid op het gebied van netwerk onderzoek en systemische parallellen.

De vraagstelling, is het noodzakelijk dat er nog meer afgewogen wordt t.a.v. een uithuisplaatsing of is het raadzaam reflectief te kijken naar het huidige diagnostische instrument: ja, ik denk zeer zeker dat er het een en ander te verbeteren valt. Het beschermen van kinderen is mensen werk, dat is een taak voor ons allemaal. De Raad voor de kinderbescherming heeft een maatschappelijke opdracht gekregen om hier gedegen onderzoek naar te doen en een beslissing te adviseren.

Aanbevelingen die ik zou willen doen zijn: 1. zorg er voor dat het voorliggend veld (de sociale teams en hulpverlening) het netwerk rondom een kind goed in kaart hebben, wie hebben invloed, zijn betrokken (zowel positief als negatief) wie zijn helpend en ondersteunend? Wat is het derde milieu waarin het kind zich bevind? en delen zij de zorgen over de ontwikkelingsbedreiging voor het kind? 2. Het netwerk zou hierbij ook meer betrokken kunnen worden door de Raad voor de kinderbescherming. (in het onderzoek maar ook als eventuele nazorg bij een uithuisplaatsing oid)

Indien wij meer vanuit een pedagogische civil society naar kinderen en het beschermen van kinderen zouden kijken, zouden kinderen vaker veilig zijn en mogelijk de effecten van een uithuisplaatsing (omdat het juist afgewogen is t.a.v. het netwerk van een kind en of in het netwerk geplaatst) minder traumatische zijn. De discussie zou naar mijn inziens dus niet moeten gaan over het opleidingsniveau maar over de actuele huidige situatie en hoe die te verbeteren valt.

geachte aanwezigen, enkele jaren geleden mocht ik van dichtbij meemaken hoe 2 kinderen uit his werden geroofd door Jeugdzorg. Moeder bevond zich  vrijwillig in een crisisopvang omdat zij haar kinderen een stempel wilde laten geven met ADHD zodat zij financieel er beter van zou worden. Zij had hiervoor het internet afgestruind en alle kenmerken in zich opgenomen. Omdat vader dit alles niet voor zijn kinderen wilde waren er meningsverschillen en had de moeder besloten de zaak op de spits te drijven. Toen de kinderen bij vader waren heeft zij Jeugdzorg verteld dat hij de kinderen langer dan zij wenste bij zich hield en ondanks dat hij mede gezag had de kinderen volgens haar aan het gezag onttrok. Het gezag was de vader eerder door de rechter toegekend maar dat was voor Jeugdzorg kennelijk volstrekt niet van belang.Jeugdzorg kwam met politie de kinderen bij vader weghalen terwijl de kinderen bij hem wilden blijven. Niet alleen moest de vader toekijken op deze vrom van geweld maar de kinderen zagen ook dat vader niets kon doen en machteloos was. Later werd 1 kind van 8 jaar door Jeugdzorg naar Oisterwijk gebracht voor een her-opvoeding en niet voor ADHD wat hij uiteindelijk niet had. Van de hechtingsstoornis die beide kinderen met moeder hebben werd niet meer gesproken, sterker nog zij kreeg de kinderen terug om nogmaals via instanties opnieuw te proberen de kinderen een label op te plakken en gaat de oudstebschadigd als hij is naar de dagbesteding en niet naar school (hij is inmiddels 10 jr). Wel heeft zij allerlei tegemoetkomingen, Beide kinderen horen niet thuis in de jeugdzorg maar zojn er wel door moeder. Vader wordt niet gehoord.

Ik heb video-opnamen van de contacten met de raadsonderzoeker en met vertegenwoordigers van de instelling zodat ik kan aantonen hoe vooringenomen deze zaak is behandeld.

Jeugdzorg en de instellingen zoudrn zich diep heel diep moeten schamen voor deze vorm van zorg voor kinderen.

Organisatie: Accare KJP
Functie: KInder-en jeugdpsychiater en bestuurder
Sector / werkveld: Jeugd-ggz, Justitie
Organisatie: Praktijk Andersopvoeden.
Functie: Jeugdhulpverlener / gezinsmedewerker
Sector / werkveld: ZZP-er in de zorg en therapeut beeldend
Organisatie: Irma Haxe Projecten & Trainingen/ Het LOCK
Functie: Projectleider & Trainer
Sector / werkveld: Centrum voor jeugd en gezin, Gemeentelijke overheid, Jeugdbescherming, Jeugdgezondheidszorg, Jeugd-ggz, Jeugdmaatschappelijk werk, Jeugdwelzijnswerk, Jeugdzorg, Onderwijs, Onderzoek en advies
Organisatie: Stichting de Kring Noord
Functie: Gedragswetenschappelijk adviseur
Sector / werkveld: Jeugdzorg, Onderzoek en advies
Organisatie: Raad voor de Kinderbescherming
Functie: Beleidsmedewerker
Sector / werkveld: Justitie
Organisatie: SBPN
Functie: Secretaris/belangenbehartiger
Organisatie: Adoptiepraktijk Vinke
Functie: Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog
Sector / werkveld: Jeugdbescherming, Jeugd-ggz, Jeugdzorg, Justitie, Onderzoek en advies
Organisatie: Pleegzorg Advies Nederland
Functie: Trainer en adviseur
Sector / werkveld: pleegzorg
Organisatie: Sum Consultancy
Functie: Adviseur sociaal domein, trainer, coordinator jeugdhulp
Organisatie: William Schrikker Groep
Functie: Adviseur
Organisatie: Stichting Sos jeugdzieg
Functie: Adviseur
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord