Blogs

Gebruik beschikbare kennis over hulp bij conflictscheiding

869

Met de 'Divorce Challenge' daagde het ministerie van Veiligheid en Justitie iedereen uit om een vernieuwend idee in te dienen om vechtscheidingen te voorkomen. Er kwamen 506 goedbedoelde inzendingen, helaas zonder sterke onderbouwing. Uit onderzoek is bekend welke vaardigheden, instrumenten en opleiding nodig zijn om kinderen en ouders in conflictscheidingen te helpen. Laten we die kennis gebruiken.

Conflict- of vechtscheidingen vormen een pittig maatschappelijk probleem en hun aantal neemt nog steeds toe. Kinderen lijden hieronder: een kind dat getuige is van geweld tussen ouders is een mishandeld kind. Zo staat het in Kinderen Veilig, Actieplan aanpak kindermishandeling 2012-2016 van de ministeries van VWS en VenJ.
Dat vind ik terecht, want deze kinderen raken net zo beschadigd als kinderen die zelf het slachtoffer zijn van kindermishandeling (Överlien & Hyden, 2009). Wijkteams worstelen met deze complexe problematiek. Dat blijkt ook al uit het feit dat 92 procent van de tuchtzaken tegen jeugdzorgmedewerkers bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) afkomstig is van ouders in een conflictscheiding.

Commercieel belang

Het is in dit licht verheugend dat minister Ard van der Steur uitvoering gaf aan de motie van Tweede Kamerlid Jeroen Recourt (PvdA) om een online raadpleging te houden over (vecht)scheidingen: een 'divorce challenge', met als doel het aantal conflictscheidingen en de nadelige gevolgen ervan voor kinderen te verminderen. Ik vraag me echter serieus af of deze Divorce Challenge wel bijdraagt aan dit doel.
Ik heb de 506 inzendingen op de website bekekenHet is teleurstellend dat gemeenten, universiteiten en instellingen nauwelijks hebben gereageerd op de Divorce Challenge. Een kwart van de inzenders is zelf beschadigd door een conflictscheiding en uit de eigen pijn en frustratie. Ongeveer de helft van de inzenders heeft een commercieel belang: de eigen praktijk of organisatie versterken door geld en samenwerking te vragen voor projecten. Een restcategorie, een kwart van de inzenders, geeft vrijblijvend advies. Soms uit frustratie vanuit eigen ervaring, goedbedoeld, maar zonder argumenten of een aanwijzing waarom de inzender denkt dat het voorstel zou werken. Ook de commercieel getinte inzendingen zijn niet beargumenteerd, laat staan wetenschappelijk onderbouwd.

Het is teleurstellend dat gemeenten, universiteiten, jeugdzorg- en jeugd-ggz-instellingen nauwelijks hebben gereageerd, terwijl zij wijkteams, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, rechters en advocaten, jeugdzorg- en jeugd-ggz-instellingen hadden kunnen helpen met een werkbaar gebleken instrument of interventie.

Zorgvuldige opleiding

Er bestaan al initiatieven om het tij te keren. Zo financiert ZonMw projecten over conflictscheidingen bij de gemeente Rotterdam, MEE regio IJsselland, gemeente Tilburg en in Noord-Nederland bij Jeugdhulp Friesland. Als medeprojectleider van het project in Tilburg zie ik dat vooral een zorgvuldige opleiding van professionals en het gebruik van wetenschappelijk onderbouwde instrumenten zoden aan de dijk zet, gecombineerd met frequente intervisie. Ik denk bijvoorbeeld aan de driedaagse training door Howard Hurwitz van het High Conflict Forum in Toronto, en aan instrumenten als de Mediator’s Assessment of Safety Issues and Concerns (MASIC) om partnergeweld te onderzoeken.

Het is echt de hoogste tijd dat de twee meest betrokken ministeries, VWS en VenJ, werk maken van een kwalitatief hoogwaardige opleiding in de meest essentiële kennis en vaardigheden voor professionals van de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis, jeugdzorg- en jeugd-ggz-instellingen, en wijkteams om kinderen en ouders in conflictscheidingen effectief te helpen, in plaats de zoveelste, op zich goedbedoelde, maar onwetenschappelijke interventie te lanceren. We weten immers, vooral door research in Canada, Australië en de VS, welke vaardigheden, welke instrumenten en wat voor soort opleiding effectief bijdragen aan bovengenoemde doelen. Laten we die dan ook gebruiken!

Over de auteur

Ferko Öry

Dr. Ferko Öry, kinderarts niet praktiserend, werkt als adviseur bij Buurtzorg Jong (BJ) waar hij mede inhoudelijk verantwoordelijk is. BJ werkt met multidisciplinaire zelfsturende teams en kijkt samen met gezinsleden wat er nodig is om oplossingen voor problemen te realiseren. Al dan niet met behulp van derden of als het noodzakelijk is met behulp van gespecialiseerde zorg. Kunnen doen wat daarvoor nodig is als professional en je zo snel mogelijk weer terugtrekken is essentieel.  

Wat fijn dat je jouw bijdrage wilt geven! Om dat te doen dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Buurtzorg Jong
Sector / werkveld: Jeugdzorg
Functie(s): Senior medewerker inhoud
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Adviseur
Organisatie: William Schrikker Groep
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Gedragswetenschapper / psycholoog / (ortho)pedagoog
Organisatie: Gezin Centraal
Sector / werkveld: Centrum voor jeugd en gezin, Gemeentelijke overheid, Jeugd-ggz, Jeugdzorg, Onderzoek en advies
Functie(s): Medewerker ondersteuning jongerenparticipatie
Organisatie: Augeo
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Trainer
Organisatie: Academie voor Praten met Kinderen
Sector / werkveld: Centrum voor jeugd en gezin, Jeugdbescherming, Jeugd-ggz, Jeugdmaatschappelijk werk, Jeugdzorg
HomeUpdatesWerkgroepenDeelnemersOver dit platformPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord