Blogs

Er is een kindeke geboren op aard

1565

In de kersttijd staan we stil bij het nieuwe leven, de geboorte van een kind in een stal, van ouders die nergens anders terecht konden. Een heel kwetsbaar beeld dat ons nu nog steeds raakt en dat eigenlijk van alle tijden is. Daarom stelde ik mij de vraag of wij in het dagelijks leven wel genoeg stilstaan bij de allerkleinsten, de meest kwetsbaren onder ons. En of we hen in onze moderne samenleving met voldoende zorg en aandacht omringen? Het antwoord daarop is wat mij betreft duidelijk: dat kan echt nog beter.

Iedereen zal beamen dat alle kinderen een stevige start verdienen in het leven. Toch maakt het ook in Nederland veel uit in welk stalletje je wordt geboren en in welke gemeente dat stalletje staat. Terwijl in de eerste 1001 dagen van een kinderleven, ook de maanden voor de geboorte, al grote ontwikkelingsverschillen bij kinderen kunnen ontstaan.

Onderzoek en bewijs

Hoe krijgen we dit onderwerp bij de politiek en in gemeenten hoger op de agenda?

In de afgelopen twee decennia heeft onderzoek in de neurobiologische, gedrags- en sociale wetenschappen geleid tot veel meer begrip van de omstandigheden en factoren die leiden tot een gezond en kansrijk leven. Vroege levenservaringen blijken nog meer van belang te zijn voor de ontwikkeling van een kind dan al gedacht. Er is steeds meer kennis van de effecten van voeding en de levensstijl van de moeder tijdens de zwangerschap op de ontwikkeling van de hersenen en het functioneren van het immuunsysteem. Ook weten we steeds meer over de essentiële rol van veilige hechting en positief ouderschap op de ontwikkeling van sociale vaardigheden en de mentale veerkracht van het kind op latere leeftijd. Bovendien toont onderzoek aan dat investeringen tijdens de prenatale en eerste levensjaren gemiddeld tussen de 7% en 10% meer opleveren dan de investeringen na deze periode.

Gemeenten en politiek

Als we dit allemaal weten, waarom besteden gemeenten dan veel meer aandacht en geld aan preventie en behandelingen later in het leven dan in die eerste kritische 1001 dagen? En hoe krijgen we dit onderwerp bij de politiek en in gemeenten hoger op de agenda? Op uitnodiging van de Bernard van Leer Foundation en het ministerie van VWS gingen hiervoor een dertigtal deskundigen uit wetenschap, praktijk en beleid dinsdag 20 december met elkaar aan het werk.

Wat werkt

Een aantal zaken werd alvast duidelijk. Er zijn verspreid over Nederland voldoende wetenschappelijk bewezen effectieve programma’s beschikbaar om ouders en de allerjongste kinderen goed te ondersteunen. Ze worden alleen te weinig en te versnipperd aangeboden, en meestal zonder een goede link tussen de periode voor de geboorte en daarna.

Daarnaast moet er veel meer aandacht komen voor alle omstandigheden waarin ouders en de allerjongste kinderen verkeren. Voor zowel de medische als sociale, economische en pedagogische omstandigheden. En dan vooral voor de vroege signalering van kwetsbare gezinssituaties, ook al tijdens de zwangerschap. Dat vereist goed getrainde professionals die oog voor al deze omstandigheden hebben en een integrale aanpak, die in nog maar weinig gemeenten echt op gang is gekomen.

Urgentie

De urgentie om meer te doen voor het jonge kind is onder deskundigen duidelijk voelbaar. De grootste uitdaging en soms zelfs frustratie ligt er in dat de beleidsverantwoordelijken deze urgentie niet voldoende voelen. Daarom spraken alle betrokken partijen af dat met gezamenlijke inspanning en een duidelijke verhaal in 2017 die eerste 1001 kritieke dagen echt binnen gemeenten en de politiek op de kaart moet staan. Zodat geen enkel 'kindeke' dat geboren wordt in Nederland al bij de start een achterstand op loopt.

Over de auteur

Sofie Vriends

Sofie is programmadirecteur Gezond en Veilig Opgroeien bij Nederlands Jeugdinstituut. Haar focus ligt vooral op maatschappelijk resultaat voor kinderen en jongeren en minder op systemen en vorm. Gewend om te werken vanuit partnerships. Pluist graag ingewikkelde zaken samen uit om deze te vertalen naar concreet beleid en resultaten.

Sofie is eveneens bestuurder bij Stichting de Vrolijkheid, een stichting die zich richt op asielzoekerskinderen.

Wat fijn dat je jouw bijdrage wilt geven! Om dat te doen dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.

Mag ik hier wat op zeggen? Ik denk dat we eens moeten ophouden om alleen maar te kijken naar de politiek en naar de gemeenten. Wordt het niet eens tijd om binnen eigen gelederen 'de rijen' te sluiten, te ontschotten, elkaar toestaan en accepteren binnen het eigen werkveld. Vanuit mijn werk zie ik maar een klein gebiedje, maar heb al wel jarenlange ervaring binnen het werkveld. Mij valt op hoe lang het duurt voordat alle beschikbare kennis, die ook voortkomt uit wetenschappelijk onderzoek, doorsijpelt naar die plaatsen waar 'het moet gebeuren'. Dat is echt niet alleen een kwestie van geld, maar ook van de bereidheid kennis en informatie te delen.

Ik had niet kunnen voorzien hoe mijn reactie op deze blog aansluit op mijn reacties op de blog van Wim Gerritsen ( zeg ik dat goed zo?). Niet alleen kijken naar gemeenten en de politiek, maar zorgen voor een frisse nieuwe kijk door instroom van nieuwe mensen uit de ' inner circle", out of the box denkers, vernieuwers. 

Ik had niet kunnen voorzien hoe mijn reactie op deze blog aansluit op mijn reacties op de blog van Wim Gerritsen ( zeg ik dat goed zo?). Niet alleen kijken naar gemeenten en de politiek, maar zorgen voor een frisse nieuwe kijk door instroom van nieuwe mensen uit de ' inner circle", out of the box denkers, vernieuwers. 

Het is dus Wim Gorissen.

Beste Rob, je hebt natuurlijk gelijk dat we ook moeten kijken naar wat buiten de gemeenten en politiek de spelers uit het jeugdveld zelf doen om gebruik te maken van de kennis die er is. Daarvoor is het nodig om over je eigen grens te stappen en het "andere" te omarmen. In het geval van de eerste 1001 dagen gaat het wat mij betreft dan vooral om gebruik te maken van wat we weten dat werkt, van alle goede voorbeelden die er al zijn. Dus ook de spelers die zich bij de beweging van de eerste 1001 kritieke dagen hebben aangesloten moeten ook hand in eigen boezem steken en kijken in hoeverre zij al voldoende samenwerken en die integrale aanpak echt propageren.

Beste Sofie,

bij goede voornemens in het nieuwe jaar, hoort ook de vraag, en hoe ga je dat doen. Hoe ga je de schotten tussen 'geïnstutionaliseerde' medewerkers en frisse nieuwdenkers slechten? Bedenk, zo is mijn ervaring, dat vaak juist 'nieuwdenkers' een vrije rol opzoeken, omdat zij geen ruimte krijgen binnen bestaande instellingen om hun ideeën uit te voeren en te ontwikkelen. Daar ook vandaag weer een fraai voorbeeld van gezien.

Dus onderzoek alle mogelijkheden, dus niet alleen 'alle spelers die zich hebben aangesloten'. Want er zijn nog heel veel spelers buiten dit speelveld, die zo worden uitgesloten. Dus stap uit die 'inner circle', of om in FloorPlay termen te blijven, kom uit je 'Rabbit Hole'.

Functie(s): Adviseur
Organisatie: Zelfstandige; Advies Verandering Projectleiding in het sociaal domein
Sector / werkveld: Onderzoek en advies
Functie(s): Adviseur
Organisatie: De Pannenboog
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Directeur Gezond en Veilig Opgroeien
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Adviseur
Organisatie: William Schrikker Groep
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Jeugdhulpverlener / gezinsmedewerker
Organisatie: Floorplay Coaching
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Programmaleider Veilig Opgroeien
Organisatie: NJi
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Programmamanager Drugs en Alcohol, afdeling Jeugd
Organisatie: Gemeente Rotterdam
Sector / werkveld: (onbekend)
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord