Blogs

Voorkom radicalisering door er niet op te focussen

1878

Door een bezoek aan het buitenland ga je soms de situatie in eigen land meer waarderen. Afgelopen najaar bezocht ik in Brussel een conferentie over preventie van radicalisering. Waar in Frankrijk vooral aan repressie wordt gedacht, lijkt het in Nederland al gemeengoed dat je voor een effectieve preventie samenwerkt: beroepskrachten uit de sectoren jeugd, sociaal en veiligheid weten elkaar steeds beter te vinden, en er zijn meer contacten met de islamitische gemeenschappen.

De deelnemers van het congres in Brussel kwamen uit Frankrijk, België en Nederland. Dat er in Frankrijk bij de preventie van radicalisering vooral aan repressie wordt gedacht, kan ik vanwege de aanslagen in Parijs en Nice wel begrijpen. Maar in België lijkt men toch een stap verder, ondanks de terreur daar. Er wordt serieus werk gemaakt van preventie.

Voedingsbodem

Radicalisering is een proces. Het ontkiemt in een vruchtbare voedingsbodem en kan zich stap voor stap ontwikkelen tot extremisme: van het afwijzen van andere ideeën, via de bereidheid om tot geweld over te gaan tot het daadwerkelijk gebruik van geweld. Preventie moet zich daarom richten op die voedingsbodem en op de factoren die het proces van radicalisering bevorderen.

Hen moet van jongs af aan geleerd worden dat iedereen erbij hoort, ongeacht alle verschillen.

Er is al veel geschreven over de voedingsbodem. Het komt erop neer dat de ontwikkeling van radicale ideeën gedijt bij jongeren die zich buitengesloten voelen, die opgroeien in relatieve armoede, in gezinnen waarin de vader vaak afwezig is. Daarnaast kunnen individuele factoren meespelen: een lichte verstandelijke beperking, moeilijkheden op school of problemen met de geestelijke gezondheid. (zie ook NJi-dossier Radicalisering).

Preventie op drie niveaus

Een effectieve preventiestrategie begint met een brede benadering gericht op alle kinderen en jongeren. Hen moet van jongs af aan geleerd worden dat iedereen erbij hoort, ongeacht alle verschillen. Maar die boodschap werkt alleen wanneer zij dat ook zelf zo voelen in het dagelijks leven. Wanneer zij zelf merken dat ze gezien worden, er mogen zijn en serieus genomen worden. Interventies als De vreedzame school en De vreedzame wijk werken daar al aan.

Het tweede niveau is een meer selectieve benadering van jongeren die het risico lopen om te radicaliseren. Voor hen kun je maatregelen en interventies inzetten die hen minder gevoelig maken voor radicale boodschappen. Ondersteuning van hun familie en onmiddellijke omgeving kan dan ook bijdragen. Het derde niveau is geïndiceerde preventie voor jongeren die al aan het radicaliseren zijn, bijvoorbeeld door concrete aanpakken die helpen voorkomen dat zij daar verder in verzeild raken.

Positieve doelen

Door de kinderen die nu opgroeien te leren dat iedereen erbij hoort, kunnen we twee doelen bereiken. We voorkomen dat bij de jeugd die daar gevoelig voor is een voedingsbodem ontstaat waarin het zaad van radicale gedachten wortel kan schieten. En we zorgen dat ze beter bestand zijn tegen de verleidingen van het denken in wij en zij. Zo werken we aan een nieuwe generatie die minder vatbaar is voor polarisatie en het ontwikkelen van radicale ideeën.

Radicalisering en extremisme voorop stellen bij preventie kan overigens contraproductief werken doordat sommigen zich dan in een hoek gedrongen voelen. Een hoek waar je ze juist uit wilt halen. Je moet daarom positieve doelen formuleren en niet rondbazuinen dat je bezig bent met radicalisering te voorkomen.

Gemeente

Een getrapte strategie komen we voor een groot deel al tegen in het Actieplan Integrale Aanpak Jihadisme van het NCTV. Daarin is sprake van het weerbaar maken van jongeren, het ondersteunen van families en het samenwerken met islamitische gemeenschappen. Door zich uitdrukkelijk op risicogroepen te richten is die benadering al tamelijk selectief. De brede, universele benadering lijkt daarin te ontbreken. Terwijl het van groot belang is om daar nu in te investeren, om te voorkomen dat we straks alleen nog maar repressief kunnen optreden.

Een groot deel van de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij gemeenten, maar die komen daar nog niet echt aan toe. Er wordt lokaal wel steeds meer en beter samengewerkt tussen professionals, ook met het informele circuit. Dat blijkt uit een quickscan van het NJi in elf plaatsen. Maar gemeenten moeten er dus nog meer werk van maken. En eerlijk gezegd zouden ze gek zijn als ze het niet doen. Met deze brede aanpak van preventie zorg je voor een betere, minder verdeelde samenleving. En dan hoef je het woord radicalisering niet te gebruiken.

Over de auteur

Gert van den Berg

Gert van den Berg houdt zich bij het Nederlands Jeugdinstituut onder meer bezig met cijfers en met effectiviteit. Hij is ook betrokken bij de informatievoorziening over de transformatie. Verder ge:interesseerd in: diversiteit, radicalisering en beleidsvragen.

Trefwoord(en): radicalisering
Wat fijn dat je jouw bijdrage wilt geven! Om dat te doen dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.

Zeer mee eens Gert van den Berg! Alles wat je aandacht geeft, groeit. Geef dus aandacht wat je WEL wilt. Oftewel: oplossingsgericht werken (en dan volgens de échte inhoud en attitude en niet alleen maar allerlei 'technieken' toepassen) en zorgen voor verbondenheid (met jezelf, met elkaar en met de 'spullen' om je heen).

Ik heb jaren gelden De Vreedzame School in Utrecht bezocht voor een opdracht voor mijn Master Ecologische Pedagogiek. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat het concept zoveel jaren zou overleven. Gelukkig wel!! 

Ik zou graag zien dat alle "anti" methodes en aanpakken veranderd worden in woorden/beschrijvingen/kreten van wat mensen willen bereiken. Dat geeft in sommige gevallen al erg veel inzicht en in andere gevallen waarschijnlijk behoorlijk veel verwarring want het is soms knap lastig om heel erg concreet te zijn in wat je wilt bereiken...

Je schrijft dat de ontwikkeling van radicale ideeën gedijt bij jongeren die zich buitengesloten voelen, die opgroeien in relatieve armoede, in gezinnen waarin de vader vaak afwezig is. Daarnaast kunnen individuele factoren meespelen: een lichte verstandelijke beperking, moeilijkheden op school of problemen met de geestelijke gezondheid. 

Echter, van een aantal aanslagen is bekend dat zij zijn gepleegd door goed opgeleide mannen die uit een goed geïntegreerd gezin komen. Deze mannen plegen aanslagen vanuit strikt religieuze motieven. Welke aanpak acht je in die gevallen passend?

Beste Ronald,

In mijn blog heb ik een beknopte schets gegeven van factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering. Maar steeds radicaler worden en uiteindelijk in extremisme vervallen is een complex  proces met een ongewis en grillig verloop. De factoren die ik noem leiden niet altijd tot radicalisering. Het is een cliché maar niet minder waar: er is nog veel onderzoek nodig.

Zeker: er zijn goed opgeleide en schijnbaar goed geïntegreerde aanslagplegers en dat maakt dat er geen eenduidig profiel is van dé terrorist. Maar aanslagplegers vormen het topje van een berg die we alleen kunnen wegwerken wanneer we aan de basis beginnen. Daarmee wil ik zeggen dat er een langetermijnstragegie voor preventie van radicalisering nodig is, gericht op een brede groep.

Uit onderzoek van Anton Weenink blijkt dat een meerderheid van de uitreizigers naar IS gedragsproblemen heeft waarvoor ze ooit  contact hebben gehad met politie en/of ggz. Daardoor is nog niet iedere moslimjongere met gedragsproblemen een risicogeval, maar dit gegeven kan ons wel helpen om beter te begrijpen hoe het zover kan komen dat een jongere zo radicaal wordt dat hij/zij naar Syrië afreist. Interessant in dit verband: in een recent artikel noemt Jean Tillie negen kenmerken van radicalisme: http://www.republiekallochtonie.nl/ruud-koopmans-presenteert-een-onvolledige-analyse-van-moslimradicalisme

Beste Gert,

Bedankt voor je reactie. Je lijkt ervan uit te gaan dat radicalisering te verklaren is op grond van sociaal-economische en/of psychosociale en/of psychiatrische factoren.

Is het denkbaar dat uitsluitend religieuze motieven kunnen leiden tot radicalisering, uitmondend in aanslagen? Bevat de islam daarvoor een voedingsbodem?

Beste Ronald,

Religieuze motieven spelen zeker een rol, maar een motief is wel een noodzakelijke maar niet een voldoende voorwaarde om over te gaan tot het gebruik van geweld. Anderen de dood injagen is in de ogen van de aanslagplegers gelegitimeerd door hun godsdienst, maar dat verklaart nog niet hoe met hen het zo ver is gekomen.

Bij de aanslagplegers in Brussel en Nice lijkt religieuze inspiratie eerder iets wat er later bij komt dan de basis van het radicaliseringsproces. Deze mannen doen mij denken aan desperado's: ze leiden een bestaan in de marge, hebben niets te verliezen en niet echt iets om voor te leven. Het teruggrijpen op de religie waarin ze zijn grootgebracht, geeft hen de kans om nog wat te maken van hun leven.

Als we serieus werk willen maken van de preventie van radicalisering, dan zullen we ons niet alleen moeten richten op jongeren die dreigen te radicaliseren. We zullen ons primair moeten richten op inclusie en bestrijding van discriminatie en racisme in onze samenleving. Het begint bij de beeldvorming over mensen met een andere culturele achtergrond dan de westerse.

Laten we vooral ook de scholen niet vergeten. Mijn Veilige School traint docenten en leerkrachten in het Omgaan met radicalisering. Zie eventueel www.mijnveilige.school/trainingen-voor-docenten-en-leerkrachten/omgaan-met-radicalisering-op-school.

Functie(s): Onderzoeker / wetenschappelijk medewerker
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: kennisinstituut
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Zelfstandige; Advies Verandering Projectleiding in het sociaal domein
Sector / werkveld: Onderzoek en advies
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Movisie
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Adviseur
Organisatie: De Pannenboog
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Trainer-schrijver-Master Ecologische Pedagogiek- leerkracht-counsellor
Organisatie: Ella de Jong - Bureau Uil
Sector / werkveld: Centrum voor jeugd en gezin, Jeugd-ggz, Jeugdzorg, Onderwijs
Functie(s): Bestuurder
Organisatie: Siriz
Sector / werkveld: Jeugdzorg
Functie(s): Adviseur
Organisatie: William Schrikker Groep
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Programmaleider Veilig Opgroeien
Organisatie: NJi
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Programmamanager Drugs en Alcohol, afdeling Jeugd
Organisatie: Gemeente Rotterdam
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Mijn Veilige School
Sector / werkveld: Onderwijs, Onderzoek en advies
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord