Blogs

Familiegroepsplan is krachtig instrument voor gezinsvoogd

De wet geeft gezinsvoogden die starten met een ondertoezichtstelling (OTS) de opdracht om ouders meteen de gelegenheid te geven om een familiegroepsplan op te stellen. Die timing is slecht, blijkt in de praktijk. Letterlijke, dogmatische toepassing van de wet leidt tot verkwanseling van een potentieel krachtig middel. De gezinsvoogd kan zich beter eerst richten op een goede samenwerkingsrelatie met ouders.

Een familiegroepsplan werkt niet beter of slechter dan de reguliere jeugdbescherming, constateerde het WODC vorig jaar na onderzoek. Nog niet de helft van de gezinnen maakte gebruik van het aanbod een familiegroepsplan op te stellen. Deden ze dat wel, dan duurde het opstellen gemiddeld achttien weken en werkten ze drie maanden later niet meer met het plan.
Met een collega heb ik gezocht naar mogelijke verklaringen voor die onderzoeksresultaten. Onze conclusies staan in het rapport Familiegroepsplan in de jeugdbescherming. Een artikel op Nieuwejeugdbescherming.nl geeft een korte samenvatting.

Veilige opvoedingssituatie

Laat ik voorop stellen dat ik het idee ondersteun dat ouders met hun familie een plan opstellen om een veilige opvoedingssituatie te realiseren. Zij hebben daar recht op en een familiegroepsplan is een goed middel om ouders de verantwoordelijkheid terug te geven die door de OTS beperkt wordt.
Alleen vind ik de wettelijke timing en het accent op het familiegroepsplan als een recht in die beginfase niet effectief. De eerste taak van de gezinsvoogd is namelijk om met ouders een samenwerkingsrelatie te smeden die recht doet aan de problemen en die de veiligheid van het kind waarborgt. Hiervoor is intensief contact met ouders nodig en vakkundig gebruik van gezag.

Geen stap terug

Een bekwame gezinsvoogd kan zelf de ouders ondersteunen bij het opstellen van een plan of een collega of een onafhankelijke ondersteuner inschakelen. Maar de wetstekst roept de suggestie op dat de gezinsvoogd op dat moment terugtreedt. Niet doen, is mijn advies. Terugtreden kan het aangaan van de noodzakelijke samenwerking met ouders vertragen. Dat is niet effectief.
Een tweede reden om geen stap terug te zetten is dat je ouders met complexe problemen overvraagtEen familiegroepsplan kan in de loop der tijd uitgewerkt worden in subdoelen en subplannen. Juist hun onvermogen om regie te voeren en inzicht te hebben in hun problemen is vaak de reden van de OTS. Als het al lukt om een familiegroepsplan op te stellen, loop je het risico dat de familie en ouders er eigenlijk nog niet aan toe zijn. Dan kan het plan te oppervlakkig blijven en niet de onderliggende problemen aanpakken. Dat is een afbreukrisico voor het idee achter het familiegroepsplan. En als eenmaal blijkt dat het plan niet werkt, zullen ouders niet snel gemotiveerd zijn om het opnieuw te proberen.

Standaardrepertoire van gezinsvoogden

Werken met een familiegroepsplan moet wat mij betreft behoren tot het standaardrepertoire van gezinsvoogden. Zij kunnen dit middel inzetten op het moment dat ouders en kind eraan toe zijn. Het hoeft niet meteen alle problemen in het gezin te benoemen. Het opstellen van een plan is ook geen éénmalige gebeurtenis; een familiegroepsplan kan vele vormen aannemen en in de loop der tijd uitgewerkt worden in subdoelen en subplannen. Op deze manier kan het familiegroepsplan een structurele plek krijgen in het aanbod van de gezinsvoogd.
Het zou vooral mooi zijn als de OTS kan worden afgesloten met een familiegroepsplan dat de veiligheid van kinderen werkelijk waarborgt en ouders helpt zelf de regie te houden. Het inzetten van het familiegroepsplan door de gezinsvoogd op deze manier hoeft niet strijdig te zijn met de Jeugdwet.
En wat nou als ouders na voorlichting over het familiegroepsplan er toch meteen mee aan de slag willen? Met beide handen aanpakken, die kans!

Over de auteur

Harry van den Bosch

Ik werk bij het NJi sinds 1 maart 2015 binnen het programma Veilig Opgroeien oa als projectleider voor het Swing project dat een verdergaande verbetering van de jb en jr binnen het gemeentelijke domein nastreeft. Ik ben jurist, ooit begonnen bij Pro Juventute als maatschappelijk werker/gezinsvoogd.  Hiervoor werkte ik onder andere als Hoofd Jeugdbescherming bij BJZ Utrrecht en bij Jeugdzorg Nederland als projectleider voor de jeugdbescherming en AMK.

Wat fijn dat je jouw bijdrage wilt geven! Om dat te doen dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: Onderzoek en advies, Kennisinstituut
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: Gemeentelijke overheid, Rijksoverheid, Jeugdzorg, Onderzoek en advies
Functie(s): Adviseur
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: Jeugdzorg
Functie(s): Senior medewerker inhoud
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Adviseur
Organisatie: William Schrikker Groep
Sector / werkveld: (onbekend)
Functie(s): Beleidsmedewerker
Organisatie: Clientenbelang Amsterdam / Zorgbelang
Sector / werkveld: Cliëntorganisatie: belangenbehartiging en medezeggenschap
HomeUpdatesWerkgroepenDeelnemersOver dit platformPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord