Blogs

Wat een vak, jeugdbeschermer!

6220

Stel je voor dat je naar de dokter gaat met een klacht en dat je 40% kans hebt op een verkeerde diagnose. Dat je in de goede trein stapt maar de kans 40% is dat je niet aankomt op de gewenste bestemming. Dat je een product koopt met 40% kans dat het binnen een week kapot gaat. Onvoorstelbaar, toch?

Over dit soort zaken wil een mens niet hoeven twijfelen. Hoe ingewikkeld zou ons leven zijn als we steeds zulke keuzes moeten afwegen. Ga ik naar de dokter met mijn ernstig zieke kind? Neem ik die kans op een verkeerd medicijn dan maar voor lief? Ik moet er niet aan denken. Gelukkig leven we in een ontwikkeld land, waar de kans op fouten bijna tot nul is gereduceerd. Of toch niet?

Kei in kansberekening

Werkers in de jeugdbescherming moeten ingewikkelde keuzes maken, met ingrijpende gevolgen voor kinderen en ouders. Ze moeten eigenlijk een kei zijn in kansberekening. Want wat als je de verkeerde keuze maakt? Een voorbeeld:

Een meisje (4 jaar) heeft in haar jonge leven al zes zogenaamde Adverse Childhood Experiences (ACE’s) meegemaakt: huiselijk geweld, echtscheiding, psychische problemen van mama, verslaving van papa, verwaarlozing, fysieke mishandeling. Er is een grote kans dat haar hersenen zich door toxische stress minder ontwikkelen, dat ze problemen krijgt op sociaal-emotioneel gebied en een stoornis ontwikkelt. Ze heeft een grote kans op een ongezonde levensstijl later, op ziektes, handicaps en sociale problemen.

Hoe groot is de kans dat dit scenario zich voltrekt als we niets doen? Zeer groot, zou je denken. Hoe groot is de kans dat hulp aan huis voldoende is? Of toch beter uit huis plaatsen? Dat lijkt voor dit moment veiliger. Maar: de kans op een ‘breakdown’, mislukking van de pleegzorgplaatsing. is tussen de 25% en 50% (Richtlijn Pleegzorg, 2017) Als het mislukt, volgt wellicht een treurige gang door de jeugdzorg, waar dit meisje niet veel beter van zal worden.

Jeugdzorgwerkers moeten keuzes maken waar anderen van gruwen, gehecht als men is aan het minimaliseren van risico‚Äôs.Hoe zorgen we dat ze haar ‘roots’ behoudt en kan helen van haar trauma’s? Daar hebben we het netwerk voor nodig. Maar is dat wel veilig? Kan ze terug? Ongeveer 40% van de kinderen  in de pleegzorg gaat uiteindelijk terug naar huis, na een plaatsing, die al dan niet gelukt is. Jeugdzorgwerkers moeten dus kansen inschatten en keuzes maken waar anderen van gruwen, gehecht als men is aan het minimaliseren van risico’s. En als ze een fout maken, is de wereld te klein…

Bovengenoemde bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek maken duidelijk waar we als samenleving aan moeten werken. Brede preventie van kindermishandeling bijvoorbeeld, zodat er geen kinderen meer hoeven opgroeien met zes of meer ACE’s.  Werken aan vermindering van de kans op breakdown in pleegzorg. En het ‘helende vermogen’ van het netwerk veel meer gebruiken.

‘Against all odds’

Elke situatie is anders. De kans op succes dus ook. Maar elke keer hebben we de kans het goede te doen. Om van betekenis te zijn in het leven van een kind. Ik ben trots op onze jeugdzorgwerkers die daarvoor gaan, soms ‘against all odds’! En vaak weten ze met al hun kennis en kunde een goede weg te vinden door het mijnenveld van kansen en risico’s. Een voorbeeld:

Een jongen (8 jaar, vijf ACE’s) had door zijn moeilijke gedrag een grote kans uit het gezinshuis te knallen, nadat hij buiten zijn schuld om al twee pleegzorgplaatsingen achter de rug had. Wat deed de jeugdbeschermer? Doorplaatsen naar een behandelgroep? Nee, deze jongen was ontworteld door het gemis van zijn vader, zijn familie, zijn eerste pleeggezin, die hij opa en oma noemde, zijn tweede pleeggezin. Is het raar dat hij onhandelbaar werd? De jeugdbeschermer herstelde voorzichtig het contact met pleegoma, met vader, met pleeggezin twee. De jongen kwam tot rust en mag blijven, een breakdown is voorkomen.

Vader komt nu met fotoboeken in het gezinshuis, om te laten zien waar hij vandaan komt. De jongen kan er geen genoeg van krijgen. En de jeugdbeschermer? Die schat de kansen in voor een volgende stap: die mensen uit het fotoboek naar de jongen brengen. Wat een vak, jeugdbeschermer!   

Over de auteur

Nic Drion

30 jaar ervaring in de jeugdzorg, o.a. bij de Kindertelefoon, Medisch Kleuterdagverblijf, Bureaus Jeugdzorg, zorgaanbieders, Advies en Meldpunt Kindermishandeling en  Nederlands Jeugdinstituut. Momenteel werkzaam als adviseur bij het Expertisecentrum van de William Schrikker Groep.. Daarnaast freelance werkzaam als trainer op het terrein van de Meldcode, kindermishandeling, veiligheidsplanning en oplossingsgericht werken. Expertise: kindermishandeling, huiselijk geweld, Veilig Thuis, jeugdbescherming, familiegroepsplan, Family Finding, Signs of Safety.  

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Infant Mental Health Specialist, directeur

Fantastisch werk doen jeugdbeschermers, en kunnen toch niet voorkomen dat de jongen van 8 jaar twee keer in een pleeggezin is geplaatst, dat maakt ook onhandelbaar. Wat de reden van uithuisplaatsing was wordt niet vermeldt.

Anders is dat bij het 4 jarige meisje wiens moeder psychische problemen had en vader verslaafd was. De rest van de ACE's zijn daar vast uit voortgekomen: machteloosheid.

Voor die doelgroep is MeeleefGezin (MLG), het enige KOPP-project onder de 4 jaar. Bij de ouders waren die problemen er vast ook tijdens de zwangerschap en had toen al ondersteuning kunnen worden geboden. Wetenschappelijk is aangetoond dat hulp en steun direct na de geboorte de beste kansen biedt. Voorzorg van JGZ en opvang door een meeleefgezin hadden veel kunnen voorkomen. MLG is vrijwillig en geen maatregel. Het zet ouders in hun kracht en helpt normaliseren. Mooi dat nu ook raadsonderzoekers en jeugdbeschermers het initiatief MeeleefGezin kennen en naar de stichting verwijzen. Raadsonderzoekers blijken vaak voor een dilemma te staan. Ze willen geen maatregel opleggen, maar vinden wel dat er iets moet gebeuren. Een meeleefgezin ontlast ouders, die ook tijd en ruimte krijgen voor zichzelf en aandacht voor hun onderlinge relatie, of voor therapie en hulpverlening om iets aan hun problemen te doen. Als er sprake is van psychische aandoeningen geeft het lucht als je weet dat je elke week een dag kunt bijkomen terwijl je kind wordt opgevangen door goed gescreende meeleefouders die een speciale voorbereidingstraining hebben ontvangen door GGZ-professionals, een combinatie van Mental Health First Aid, en bewust leren mentaliseren. Daarbij behouden ouders zelf de regie, het kind blijft thuis wonen.

Als je geen uitzicht hebt op die ruimte voor jezelf, stapelt de stress en ontstaan uit machteloosheid de hierboven beschreven ACE's. Je ziet geen uitweg meer. Je durft ook niet te hard aan de bel te trekken, stel je voor dat ze bedenken om je kind uithuis te plaatsen. Bij MeeleefGezin hoeft je daar niet bang voor te zijn en wordt je veerkracht aangesproken. Je bent niet je psychisch probleem, je hebt een psychisch probleem. Dat vraagt om begrip en herstel. Kijk op www.meeleefgezin.nl
Er lopen 10 projecten in zo'n 18 (regionale) gemeenten in 6 provincies.

Femke van Trier, IMH-specialist en 40 jaar GGZ-ervaring

Organisatie: Stichting MeeleefGezin
Functie: Infant Mental Health Specialist, directeur
Sector / werkveld: Infant Mental Health Centrum GGz, gepensioneerd
Organisatie: IngridWerkt
Functie: Pedagogisch wetenschapper; onderzoeken, ontwikkelen, schrijven
Sector / werkveld: Centrum voor jeugd en gezin, Jeugdgezondheidszorg, Jeugdzorg
Organisatie: Hogeschool Leiden
Functie: Lector residentiele jeugdzorg
Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Functie: Directeur Effectiviteit en Vakmanschap
Sector / werkveld: Jeugd-ggz
Organisatie: William Schrikker Groep
Functie: Adviseur
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord