Blogs

De eerste dag

641

Uithuisplaatsingen. We doen het liever niet, maar soms moet het. Soms ook weten we geen alternatief. En dan, op de eerste dag van de uithuisplaatsing, begint de volgende klus. Hoe zorgen we er samen met gezin en netwerk voor dat het weer veilig wordt en wij het kind met een gerust hart weer naar huis kunnen laten gaan?

Mijn grootste bezwaar tegen uithuisplaatsingen is dat er nog te veel kinderen zijn die nooit meer teruggaan. Behalve dan voor een bezoekregeling. Jarenlang, tot ze 18 zijn. En rara wat doen velen van hen dan als de jeugdzorg eindelijk niets meer over ze te zeggen heeft? Je raadt het al. Ze gaan terug naar huis! Naar dat netwerk dat de hulpverleners niet veilig genoeg vonden, maar dat wel hun netwerk is. Gelijk hebben ze. En hebben wij hen, kind en ouders, daar dan goed op voorbereid?

Ontheffing

Als een kind een aantal jaren in een pleeggezin of leefgroep woont, dan is de kans groot dat ouders de ouderlijke macht verliezen. Het is beleid dat na een aantal jaar de OTS wordt ingeruild voor een voogdijmaatregel. Omdat het ouders niet gelukt is om de zorg voor hun kind op zich te nemen op een manier die wij verantwoord vinden. En een kind heeft recht op een duidelijk perspectief. Met de hechtingstheorie in gedachten is dat inderdaad belangrijk. Maar voor ouders betekent dat: kans verspeeld, einde verhaal. Duidelijk, dat wel. Maar terecht?

Onterecht

In tal van zaken zijn jeugdzorg en ouders beiden debet aan de mislukking van het planDit veronderstelt dat het alleen aan ouders ligt als de doelstellingen niet gehaald worden. Zo eenduidig is het niet, lijkt me. Natuurlijk, er gaat ook veel goed, en er werken geweldige professionals  in de jeugdzorg. Ik ken er velen. En regelmatig is het ook echt beter dat een kind ergens anders opgroeit, en is iedereen het daarover eens. Ook het kind, ook de ouders. Met pijn in het hart.

Maar over de hele linie doen we het nog niet goed genoeg. En daar zijn kinderen en ouders de dupe van. Te hoge werkdruk, te weinig tijd, wisselende hulpverleners, onervaren werkers: de voorwaarden zijn vaak niet optimaal. Natuurlijk heeft dat invloed op de kwaliteit van het werk. Een paar mogelijke consequenties: een matige werkrelatie met gezinnen; geen scherp geformuleerde doelen en veiligheidsplannen; te weinig invloed van gezinnen op hoe ze hun doelen willen behalen; mensen uit het netwerk zijn onvoldoende betrokken. Enzovoorts.

Rekening

Bij een verzoek tot ontheffing staan gezinsvoogd en ouders tegenover elkaar. De gezinsvoogd vraagt in het belang van het kind ontheffing aan. Een verregaande beslissing, waarbij je behoorlijk zeker van je zaak moet zijn. In tal van zaken is de realiteit genuanceerd en zijn jeugdzorg en ouders beiden ‘debet’ aan de ‘mislukking’ van het plan. Aan de kinderrechter de moeilijke taak om te beoordelen in welke verhouding dat is. Stel dat de jeugdzorg door matig beleid voor 25 procent verantwoordelijk lijkt. Waarom moeten ouders dan voor 100 procent de rekening krijgen? Dat lijkt me moeilijk te verteren. 

Misschien moeten we vaker kritisch in de spiegel kijken en geen ontheffing aanvragen. En gaan voor een verlengde OTS, voor een nieuwe kans om met ouders samen een superstrak plan te maken dat zich richt op het teruggaan naar huis. Want daar gaat het om: de eerste dag van een uithuisplaatsing of de verlenging van een OTS, hoort de eerste dag te zijn van de terugkeer van het kind naar huis!

Over de auteur

Nic Drion

30 jaar ervaring in de jeugdzorg, o.a. bij de Kindertelefoon, Medisch Kleuterdagverblijf, Bureaus Jeugdzorg, zorgaanbieders, Advies en Meldpunt Kindermishandeling en  Nederlands Jeugdinstituut. Momenteel werkzaam als adviseur bij het Expertisecentrum van de William Schrikker Groep.. Daarnaast freelance werkzaam als trainer op het terrein van de Meldcode, kindermishandeling, veiligheidsplanning en oplossingsgericht werken. Expertise: kindermishandeling, huiselijk geweld, Veilig Thuis, jeugdbescherming, familiegroepsplan, Family Finding, Signs of Safety.  

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Infant Mental Health Specialist, directeur

Nic Drion geeft aan dat de 'eerste dag' van een uithuisplaatsing gericht moet zijn op terugkeer naar huis. Stuur aan op verlenging i.p.v. ontheffing. Als ze 18 zijn gaan ze toch terug naar huis.
Pleegzorg is zich nu meer bewust dat als je uithuisplaatsing wilt voorkómen je eerder moet inspelen op te verwachten problemen en niet moet wachten tot het probleem zo groot is dat je niet meer terug kan. Niet alleen bij een ontheffing, ook bij een OTS komen instantie en ouders gemakkelijk tegenover elkaar te staan. Het is geen vrijwillige keuze, er komt altijd een rechter bij aan te pas.
Dat kost energie van ouders én professionals, heeft te weinig tijd en werkdruk tot gevolg, en dat leidt tot wisselende en nieuwe onervaren professionals.
Ook raadsonderzoekers vertellen mij dat ze de gang naar de rechter liever willen voorkomen, al weten ze dat er wel iets moet gebeuren.
"Soms moet het en soms weten we geen beter alternatief", schrijft Nic. 

Verdiepen we ons genoeg in het denken over een alternatief? Wie blijft denken zoals hij altijd heeft gedacht, blijft doen zoals hij altijd heeft gedaan . . . .
Wat zou een alternatieve oplossingen kunnen zijn, uit vrije wil? Als we bedenken dat ieder hoe dan ook wil dat het kind weer naar huis gaat en het kind op zijn 18de dat ook doet? Welke denkrichting kunnen we nog meer inslaan?

Wetenschappers van psychiatrie en levensloop geven aan dat het beste hulp kan worden geboden vanaf de zwangerschap/geboorte bij kwetsbaar ouderschap. Peter van der Ende (2016) heeft onderzocht dat kwetsbare ouders met Ernstig Psychische Aandoeningen hun ouderschap willen behouden, dat het hen structuur en toekomst geeft en zij tegelijkertijd bang zijn hun eigen problemen over te dragen op het kind, wat zij niet willen. Moet er niet dàn hulp geboden worden? Kunnen we op die behoefte inspelen? Kan dat vrijwillig?
Wat ís er op dat gebied aan informele mogelijkheden? Kan dat de professionals ontlasten, waardoor zij meer tijd hebben voor de cliënten en kunnen wachtlijsten worden voorkómen?

Eerder signaleren, ver vóór 'de eerste dag' van uithuisplaatsing aanbreekt, misschien al tijdens de zwangerschap, 'de eerste dag' na de geboorte?
Huisartsen, verloskundigen, JGZ 'Voorzorg', ouderbehandelaren, volwassenzorg GGZ, Jeugdzorg, Veilig Thuis, Moeder-baby Units, POP-poli, genoeg instanties die goed kunnen signaleren. Wordt daarin samengewerkt? Is er een soort Platform Preventieve interventies waar alle ervaringen en signalen samenkomen? Zijn er informele initiatieven die daar een rol in kunnen spelen?

Als directeur van Stichting MeeleefGezin weet ik dat we daar voor de specifieke doelgroep jonge KOPP (Kinderen van ouders met Psychiatrische Problemen) 0 t/m 4 jaar als instroom, een goed alternatief hebben. Daarmee zal niet alle uithuisplaatsing kunnen worden voorkomen. We richten ons niet op LVB en psychiatrische problemen. 
We weten wel dat ouders en meeleefgezinnen er enthousiast over zijn en de matchen blijven doorlopen, waarbij de langstlopende matchen al 4 jaar standhouden en als het kind naar school gaat het meeleefgezin een gewoon netwerk gezin is. Het is -hoe bescheiden ook- een alternatief vanuit de behoeften van ouders en kinderen. Het kan wachtlijsten in de GGZ en in de pleegzorg afschalen als dit de kans krijgt om te groeien.

Voor meer informatie verwijs ik naar www.meeleefgezin.nl

Femke van Trier

Manager

Beste Nic. Dank voor je mooie pleidooi. Ik kan mij er helemaal in vinden. Vanuit deze filosofie hebben wij Raatmakers opgericht. Dit is een methodiek om onnodige uithuisplaatsingen te voorkomen. We gaan dan één stapje terug van de eerste dag.

Met het gezin centraal en in de regie, ondersteund door een ervaren trajectbegeleider, die hier projectleider is geworden, gaan we oplossingsgericht aan de slag. Vanuit een geanalyseerd FunctioneringsProfiel zetten we kwesties en kansen om in korte doelen. Op een Agile werkwijze worden die als kleine projecten (sprints) ingezet. Per sprint halen we de functionaris erbij die we nodig hebben. De inzet van een JIM (jouw ingebrachte mentor) ondersteund dit proces en zorgt voor duurzaamheid.

De financieringsvorm is nog een uitdaging, maar in een aantal tegio's zijn wij reeds voortvarend aan de slag.

Meer op www.raatmakers.nl 

Infant Mental Health Specialist, directeur

Beste Fred.
Jim is ook een heel mooi product als er problemen ontstaan, een zorgvuldige manier om op dat moment kind en ouders bij elkaar te houden, en ouders de steun te geven van een trajectbegeleider/projectleider met korte sprints.Een stap[je vóór 'de eerste dag'.

Daarnaast is het mooi om problemen vanaf het begin te voorkómen. Veel problemen ontstaan in de eerste 1001 kritische dagen van het kind, in de fase dat het brein het sterkst in ontwikkeling is. Dat vraagt aandacht van Infant Mental Health. Vroegsignalering, ouder-baby-interventie en de steun van ondermeer een meeleefgezin. Als je geen pedagogische voorbeelden hebt gehad in je jeugd is de ouderrol extra moeilijk, waarbij ook nog eens die ervaringen expliciet naar boven kunnen komen, waarvan je dacht dat je die verwerkt had. Ook als je het beste voor hebt met je kind.
De documentaire Alicia vermeldt niet de reden dat zij op 1-jarige leeftijd naar een pleeggezin ging, was dat niet het crusiale moment om steun te geven? In combinatie met moeder-baby-begeleiding, cq.behandeling?
Op het eind zien we Alicia met moeder, die opnieuw zwanger is.
In GGz team het jonge kind zeiden we vaak: we behandelen ook het nog niet verwekte kind.

Infant Mental Health Specialist, directeur

Zowel voor Jim als MeelefGezin geldt dat ondanks een succesvolle start voor 'de eerste dag' de financieringsvorm nog een uitdaging is, terwijl met beide initiatieven zorgkosten kunnen worden bespaard en wachtlijsten verminderd.

Organisatie: Nederlands Jeugdinstituut
Functie: Adviseur
Sector / werkveld: Centrum voor jeugd en gezin, Gemeentelijke overheid, Rijksoverheid, Jeugdbescherming, Jeugdgezondheidszorg, Jeugd-ggz, Jeugdmaatschappelijk werk, Jeugdwelzijnswerk, Jeugdzorg, Justitie, Kinderopvang, Onderwijs, Onderzoek en advies
Organisatie: Stichting MeeleefGezin
Functie: Infant Mental Health Specialist, directeur
Sector / werkveld: Infant Mental Health Centrum GGz, gepensioneerd
Organisatie: SBPN
Functie: Secretaris/belangenbehartiger
Organisatie: Hogeschool Leiden
Functie: Lector residentiele jeugdzorg
Organisatie: William Schrikker Groep
Functie: Adviseur
Organisatie: YOEP en ChildPoint
Functie: Manager
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord