Menu

Pedagogisch Beslis-Model voor pleegkinderen (PBM)

Samenvatting

Kinderen in een pleeggezin weten meestal niet of en hoe lang ze bij hun pleegouders kunnen blijven. Deze bestaansonzekerheid schaadt hun ontwikkeling. Het Pedagogisch Beslis-Model geeft in korte tijd duidelijkheid over het opvoedingsperspectief voor pleegkinderen: definitieve terugplaatsing bij de ouders of definitief verblijf in een pleeggezin, met gezagsbeëindiging van de ouders. Een project van het Expertisecentrum Kind in de Pleegzorg, onder andere uitgevoerd bij Kompaan en de Bocht, deels gefinancierd door Stichting Kinderpostzegels Nederland. 

Wat levert het op?

Op dit moment is bij 33 kinderen dit model gebruikt en het traject afgerond. Voor tweederde van deze kinderen is bestaanszekerheid gecreëerd binnen een à twee jaar. De ontwikkeling van de kinderen wordt geëvalueerd, waaruit blijkt dat de problemen in gedrag en ontwikkeling verminderen. Zekerheid over de toekomst van de relatie met hun (pleeg)ouder blijkt hierin een belangrijke factor te zijn.

Hoe is de opzet?

 Start: bij voorkeur een half jaar tot een jaar na uithuisplaatsing. Duur: gemiddeld vier maanden.

  1. Diagnostische interviews (twee à drie) door de hulpverlener van de ouders over de opvoedingssituatie vóór de uithuisplaatsing, aan de hand van zes PSI-lijsten.

  2. Bezoek van het kind aan de ouders thuis, een keer per week, oplopend van twee tot zes à acht uur. De omgang tussen ouders en kind wordt begeleid.

  3. De hulpverlener vult observatielijsten in en maakt verslagen.

  4. Diagnostische interviews door de pleegzorgwerker met de pleegouders aan de hand van PSI-lijsten.

  5. De pleegouders vullen observatielijsten in over het kind na ieder bezoek.

  6. Een onafhankelijke gedragsdeskundige geeft advies over het opvoedingsbesluit.

Wat werkt goed? Wat kan beter?

 Succesfactoren:

  • Uitgebreide informatie over de opvoedsituatie vóór de uithuisplaatsing.

  • Intensieve begeleiding van dagelijkse omgang ouder-kind, met het oog op mogelijke terugplaatsing.

  • Inzicht in reacties van het kind op de ouder ná de bezoeken.

Risicofactoren:

  • Een bloedband is voor gecertificeerde instellingen en rechtbanken vaak meer doorslaggevend dan een adequate opvoedingssituatie.

  • Pleeggezinplaatsing in het vrijwillig kader, waardoor ouders tegen advies van gedragsdeskundige kunnen ingaan.

  • Onvoldoende 'Jeugdhulp Thuis' beschikbaar, wat de langdurige inzet van een ambulant hulpverlener bemoeilijkt.

Wat kost het?

Ambulant hulpverlener: 65 uur. De hulpverlener legt diagnostische interviews met de ouders af en begeleidt tijdens de bezoeken de omgang tussen ouder en kind.

Pleegzorgwerker: 6 à 8 uur. Naast de gebruikelijke begeleiding van de pleegouders (hier niet meegenomen) legt de pleegzorgwerker interviews met de pleegouders af en ondersteunt de pleegzorgwerker wanneer het kind terugvalt in zijn functioneren na een bezoek aan de ouders.

Onafhankelijke rapporteur (gedragsdeskundige): 25 uur. De rapporteur geeft een advies over het opvoedingsbesluit.

Vragen?

Heb je een vraag of opmerking, of wil je een ervaring delen?
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
HomeThema'sWerkgroepenDeelnemersOver dit platformUpdatesPrikbordBlogs3 vragen overKalenderPraktijkvoorbeeldenVraag & Antwoord